Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 4 december 2012
ECLI:NL:RBHAA:2012:BY5044
TNT Express N.V./werkneemster c.s.
Werkneemster is in 2011 als manager in dienst getreden van TNT. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. In september 2012 heeft werkneemster haar arbeidsovereenkomst opgezegd en is in dienst getreden van Geodis (in Frankrijk). Thans vordert TNT Geodis te verbieden van de diensten van werkneemster gebruik te maken en werkneemster te gebieden om haar werkzaamheden voor Geodis met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden wegens overtreding van het concurrentiebeding. Werkneemster en Geodis stellen dat de Nederlandse rechter niet de bevoegde rechter is.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Ten aanzien van werkneemster baseert TNT de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op artikel 5.1 EEX-Vo. Hiermee miskent TNT echter dat tussen TNT en werkneemster een arbeidsovereenkomst is gesloten en dat de vordering van de werkgever op grond van artikel 20 EEX-Vo slechts kan worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer woonplaats heeft. Aangezien werkneemster woonplaats heeft te Frankrijk, kan TNT werkneemster dan ook slechts oproepen voor de Franse rechter. Met betrekking tot Geodis baseert TNT de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op artikel 5.3 EEX-Vo, waarin is bepaald dat een gedaagde kan worden geroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen. Volgens de rechtspraak dient dit artikel restrictief te worden uitgelegd, omdat het een uitzondering vormt op de hoofdregel van artikel 2 EEX-Vo op grond waarvan de rechter van de EEX-staat waar de gedaagde (in dit geval Geodis) woonplaats heeft bevoegd is. De gestelde wanprestatie doet zich louter voor in Frankrijk, zodat ook de onrechtmatige daad – en daarmee het schadebrengende feit – zich slechts voordoet in Frankrijk. Het eerste spoor leidt derhalve niet tot bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
Artikel 31 EEX-Vo bevat een aanvullende bevoegdheidsregel op grond waarvan de rechter tóch voorlopige of bewarende maatregelen kan gelasten, ook indien hij niet bevoegd is op grond van het eerste spoor. Daarvoor is volgens vaste jurisprudentie echter wel vereist dat er sprake is van een zogenaamde ‘reële band’ tussen de gevorderde maatregelen en de op territoriale gronden aanwezig geachte bevoegdheid van de nationale rechter. Die band is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aanwezig. Eventuele overtreding van het concurrentiebeding, dan wel enig (al dan niet onrechtmatig) gebruik van de diensten van werkneemster door Geodis hangt dermate samen met de Franse rechtssfeer, dat van een reële band met Nederland geen sprake is.