Rechtspraak
werknemer/werkgever
Werknemer is sinds 2006 in dienst van werkgever, een Indisch restaurant. Laatstelijk is hij werkzaam als ober. Op 11 augustus 2012 is werknemer wegens familieomstandigheden naar Suriname gegaan. Werkgever heeft per brief te kennen gegeven dat als werknemer op 26 augustus 2012 niet op het werk verschijnt, ervan wordt uitgegaan dat werknemer de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen. In september 2012 heeft werknemer zich beschikbaar gesteld voor het verrichten van arbeid. Thans vordert hij loon.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De wet kent een gesloten systeem van de wijzen waarop een arbeidsovereenkomst kan eindigen. Van een ontslag op staande voet is in het onderhavige geval geen sprake. Gesteld noch gebleken is een dringende reden die daartoe zou moeten leiden. Evenmin is aannemelijk dat werknemer zelf ontslag heeft willen nemen. Van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring zijdens werknemer, gericht op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, is niet gebleken, zodat van wilsovereenstemming op dat punt geen sprake is, en derhalve ook niet van een beëindigingsovereenkomst. De loonvordering wordt toegewezen. De wettelijke verhoging wordt gesteld op 10%.