Rechtspraak
werkneemster/werkgeefster
Werkneemster is sinds 1990 in dienst als telefoniste/receptioniste. Alle administratieve functies zijn komen te vervallen en daarvoor in de plaats zijn drie nieuwe functies gekomen. Werkneemster is voor een nieuwe functie afgewezen. Haar arbeidsovereenkomst is na verkregen toestemming opgezegd. Werkgeefster heeft in overleg met de ondernemingsraad een sociaal plan opgesteld. Het sociaal plan voorziet in alle gevallen, ongeacht de duur van de arbeidsovereenkomst en/of de leeftijd van de werknemer, in een budget van € 2.500 (exclusief btw) ten behoeve van scholing en/of outplacement, terwijl dat sociaal plan de werknemer ouder dan 50 jaar recht geeft op een aanvulling van de WW-uitkering gedurende zes maanden, terwijl de werknemer jonger dan 50 jaar recht heeft op vier maanden aanvulling tot 100% van het laatste genoten salaris. Thans vordert werkneemster schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag op grond van het gevolgencriterium.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op de veranderde marktsituatie en de andere eisen die deze verandering aan het personeel stelt, kan niet worden gezegd dat werkgeefster niet in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om het bedrijf op een andere wijze te organiseren. Ten aanzien van de gevolgen van het ontslag, hebben beide partijen statistische gegevens overgelegd met betrekking tot de te verwachten duur van werkloosheid. Werkneemster beroept zich in dat verband op gegevens van het CBS, op basis waarvan zij uitgaat van een minimaal te verwachten werkloosheidsduur van 40 maanden, terwijl werkgeefster in haar verweer verwijst naar een berekening van ArbeidsmarktResearch BV, die op basis van 23 variabelen een gemiddelde werkloosheidsduur voorspelt van 335 kalenderdagen, globaal dus 11 maanden, terwijl de kans op uitstroom naar een baan gesteld wordt op 43%. Aan de berekeningen van ArbeidsmarktResearch BV wordt een zwaarder gewicht toegekend, omdat deze berekening meer op de situatie van werkneemster is toegespitst en in die berekening rekening is gehouden met 23 variabelen, ontleend aan de specifieke situatie van werkneemster. Bij de berekening van het CBS is enkel gekeken naar werknemers in dezelfde leeftijdscategorie als werkneemster. Anderzijds geldt dat op basis van de berekening van ArbeidsmarktResearch BV niet zonder meer uitgegaan kan worden van een te verwachten werkloosheidsduur van circa 11 maanden. Immers de kans op uitstroom naar een nieuwe baan is relatief klein en ligt beneden de 50%. Bovendien geldt in dit geval nog dat werkneemster, kennelijk door alle spanningen die het ontslag met zich hebben gebracht, arbeidsongeschikt is, zonder dat zicht bestaat op spoedig herstel.
Gezien haar leeftijd en de lange duur van het dienstverband, leidt toepassing van het sociaal plan tot een evident onbillijke uitkomst. Geoordeeld wordt dat de opzegging kennelijk onredelijk is. Alles tegen elkaar afwegend en rekening houdend met de beperkte financiële mogelijkheden van werkgeefster acht de kantonrechter het redelijk dat werkgeefster de WW- respectievelijk ZW-uitkering van werkneemster suppleert gedurende een periode van 1½ jaar en werkneemster tevens desgewenst in staat stelt om gebruik te maken van het scholings- c.q. outplacementbudget van € 2.500 exclusief btw. De kantonrechter berekent de aanvullingsverplichting gedurende 1½ jaar – afgerond – op een brutobedrag van € 9.250.