Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Oost-Nederland, 5 februari 2013
ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2859

werknemer/werkgever

Vernietiging beëindigingsovereenkomst. Geestelijke stoornis en misbruik van omstandigheden. Werkgever was bekend met psychische problematiek automonteur en heeft beëindigingsovereenkomst als enig alternatief voor een ontslag op staande voet na alcoholgebruik tijdens werk aan werknemer voorgelegd

Werknemer is sinds 1975 in dienst als automonteur. In 2011 en 2012 is werknemer een aantal keer aangesproken op alcoholgebruik tijdens werktijd. Op 28 maart 2012 heeft de huisarts vastgesteld dat werknemer overspannen, depressief en suïcidaal is. De leidinggevende van werknemer is op 29 maart 2012 ingelicht over een suïcidepoging. Op 10 april 2012 heeft een klant geklaagd over een waargenomen alcohollucht bij werknemer. Tijdens een gesprek op het hoofdkantoor op 13 april 2012 heeft werknemer erkend dat hij, toen hij op 7 april 2012 storingsdienst had en naar een klant moest, thuis bier had gedronken. Aan werknemer is vervolgens medegedeeld dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Werknemer is daarop een beëindigingsovereenkomst voorgelegd, die werknemer na enkele minuten bedenktijd heeft ondertekend. Direct na ondertekening heeft werknemer aangegeven het niet meer te zien zitten. Werknemer is opgehaald door zijn leidinggevende en naar zijn huisarts gebracht, die werknemer heeft aangemeld voor psychologische hulpverlening. Thans beroept werknemer zich op de vernietigbaarheid van de beëindigingsovereenkomst wegens misbruik van omstandigheden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaststaat dat het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van werkgever is uitgegaan en dat aan werknemer niet vooraf was aangekondigd dat over beëindiging van de arbeidsovereenkomst gesproken zou worden. Voorts staat vast dat de beëindigingsovereenkomst als enig alternatief voor een ontslag op staande voet aan werknemer is voorgelegd. Werknemer kampte met psychische problemen, waarvan werkgever op de hoogte was. Werkgever heeft niet onderzocht of de ondertekening door werknemer wel overeenstemde met zijn wil, maar was hiertoe op grond van het goed werkgeverschap wel gehouden. Werknemer is tijdens het gesprek niet (door een deskundige) bijgestaan. Werknemer zag door zijn psychische gesteldheid en de andere omstandigheden waarin hij verkeerde, geen andere uitweg. Bij een meer heldere gesteldheid en bij een juiste voorstelling van zaken had hij niet met de beëindigingsovereenkomst ingestemd. De beëindigingsovereenkomst is derhalve vernietigbaar, zo al niet op grond van het bepaalde in artikel 3:34 BW dan toch op grond van artikel 3:44 lid 1 en 4 BW. De gevorderde verklaring voor recht dat de beëindigingsovereenkomst terecht is vernietigd, wordt toegewezen.