Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4053

werkgeefster/werknemer

Met werknemer wordt een vierde tijdelijke arbeidsovereenkomst overeengekomen, om hem de kans te geven zijn functioneren te verbeteren. Conversie in arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Ontbinding. Geen vergoeding vanwege vrijstelling van werkzaamheden met behoud salaris

Werknemer is op 1 januari 2011 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (zes maanden) in dienst getreden in de functie van schade-expert. Deze arbeidsovereenkomst is tweemaal verlengd, de laatste keer tot 1 juli 2012. Na afloop van de derde arbeidsovereenkomst is wederom een nieuwe arbeidsovereenkomst overeengekomen, waarin uitdrukkelijk is bepaald dat werknemer zijn functioneren zal moeten verbeteren. Na klachten over werknemer heeft werkgeefster laten weten de arbeidsovereenkomst niet te verlengen en is werknemer een beëindigingsovereenkomst voorgelegd. Thans verzoekt werkgeefster ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster is zich ervan bewust geweest dat na 1 juli 2012 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou ontstaan, maar heeft werknemer een tijdelijke kans tot 1 januari 2013 willen geven. Door een vierde tijdelijke arbeidsovereenkomst op te stellen, die volgens de letter van het contract op 1 januari 2013 van rechtswege zou aflopen, heeft werkgeefster werknemer een verkeerde indruk gegeven. Dat wordt versterkt doordat werkgeefster in de vaststellingsovereenkomst meldt dat de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2013 met wederzijds goedvinden zou eindigen. Aldus heeft – los van de kennis die werknemer over zijn juridische positie wel of niet had – immers de kans kunnen ontstaan dat werknemer instemde met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2013, zonder zich ervan bewust te zijn dat hij daarmee een vast contract opgaf. De vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is juridisch niet toelaatbaar. Voldoende is komen vast te staan dat werknemer niet naar behoren functioneerde. Omdat werknemer zich tegen de ontbinding op zich niet verzet, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 april 2013. Werknemer heeft geen dienstverband opgegeven om bij werkgeefster in dienst te treden. Hij heeft vanaf 14 december 2012 geen werkzaamheden meer verricht, en is wel doorbetaald. Ook heeft hij gedurende die periode kunnen omzien naar een ander dienstverband. Gelet op die omstandigheden is er geen aanleiding een vergoeding toe te kennen.