Naar boven ↑

Rechtspraak

Chubb Insurance Company of Europe SE/Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis c.s.
Rechtbank Oost-Brabant, 13 maart 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ4408

Chubb Insurance Company of Europe SE/Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis c.s.

Subrogatie verzekeraar. Schending zorgplicht door werkgever en inlener voor ongeval in fabriek is door verzekeraar onvoldoende onderbouwd

Werknemer is tijdens werkzaamheden in een fabriek een ongeval overkomen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden aan een leiding is hij in een stortkoker gevallen, waardoor hij een ernstig gekneusde enkel en een elleboogfractuur heeft opgelopen. Door toedoen van X was de stortkoker slechts afgedekt met losliggende planken. Het aanleggen van het leidingwerk gebeurde in opdracht van de fabriek. De fabriek had hiertoe opdracht gegeven aan Ekavorst. Ekavorst heeft de uitvoering van deze opdracht uitbesteed aan werkgever. De verzekeraar van de fabriek, Chubb, heeft de schade aan werknemer vergoed. Thans stelt Chubb werkgever (op grond van art. 7:658 BW), Ekavorst als inlener (op grond van art. 7:658 lid 4 BW), Stork als werkgever van de onrechtmatig handelende X (op grond van art. 6:170 BW) en het ziekenhuis wegens een medische fout aansprakelijk voor de schade van werknemer.

De rechtbank oordeelt als volgt. Op grond van artikel 7:962 BW is Chubb als verzekeraar van de fabriek in de rechten van de fabriek gesubrogeerd. Door te stellen dat werkgever en Ekavorst hun zorgplicht hebben geschonden omdat nu eenmaal vaststaat dat de werkplek onveilig was en dat werknemer daardoor schade heeft geleden, miskent Chubb dat met artikel 7:658 BW niet is beoogd een absolute waarborg te scheppen voor bescherming van de werknemer tegen het gevaar van ongevallen tijdens het werk. Anders dan Chubb stelt, acht de rechtbank daarbij wel degelijk van belang in hoeverre de werkgever op de hoogte is of behoort te zijn van het bestaan van een onveilige situatie. Chubb heeft het standpunt dat (ook) werkgever en Ekavorst hun zorgplicht hebben geschonden en dat zij daardoor (in vergelijking met de fabriek) een relevante bijdrage hebben geleverd aan het ontstaan van het ongeval onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de vordering jegens Stork, had het op de weg van Chubb gelegen om uiteen te zetten wat Stork heeft gedaan of nagelaten wat ertoe zou moeten leiden dat zij in de verhouding tot de fabriek de schade (deels) voor haar rekening moet nemen. Nu Chubb dit heeft nagelaten, wordt ook deze vordering afgewezen. Tot slot wordt ook de vordering jegens het ziekenhuis afgewezen. De extra schade die werknemer zou hebben geleden door medische fouten is niet onderbouwd.