Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Recruit a Student Personeelsdiensten B.V.
Rechtbank Noord-Holland, 21 februari 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ4793

werknemer/Recruit a Student Personeelsdiensten B.V.

Uitzendkracht beroept zich in fase twee op de ketenregeling, terwijl in de NBBU-cao in fase drie uitdrukkelijk van artikel 7:668a BW is afgeweken en een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd pas in fase vier in beeld komt. Geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Werknemer is op 7 juni 2010 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een week in dienst getreden van Recruit a Student Personeelsdiensten (hierna: RaS). Hij heeft werkzaamheden verricht voor Avis Autoverhuur. De overeenkomst is steeds met een week verlengd. Op de arbeidsovereenkomst is de NBBU-cao van toepassing. Op 27 december 2010 is tussen partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten, die is geëindigd op 2 januari 2011. Op 5 januari 2011 heeft RaS werknemer bericht dat zolang de contracten met Avis doorlopen, een werkgarantie wordt aangeboden van minimaal 32 uur per week. RaS heeft besloten de arbeidsovereenkomst per 2 januari 2012 niet te verlengen. Werknemer vordert loon en wedertewerkstelling. Hij stelt dat hij mede gelet op de werkgarantie werkzaam was voor de duur van een project, dat nog niet was afgelopen. Bovendien is ex artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project is geen sprake. Anders dan werknemer stelt, valt niet in te zien dat als geen sprake is van een project, ook geen sprake is van een overeenkomst voor bepaalde tijd in fase twee, maar van een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Werknemer stelt voorts dat bij gebrek aan een andersluidende regeling in de cao op grond van artikel 7:691 jo. 7:668a BW, de uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd in fase één en twee voor onbepaalde tijd zijn geworden, omdat de wekentelling volgens het fasensysteem vanaf het sluiten van de uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd niet meer geldig zou zijn. Zoals reeds in het vonnis in kort geding is overwogen, zou de uitleg die werknemer voorstaat – de uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd is meer dan drie keer verlengd, zodat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan –, betekenen dat aan werknemer in fase twee de zekerheid van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is geboden; dit terwijl de systematiek van de NBBU-cao zodanig is dat deze zekerheid zelfs niet geldt voor uitzendkrachten die zich een fase verder (fase drie) bevinden, waar pas een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in beeld komt als wordt voldaan aan de voorwaarden die volgens de cao gelden in fase vier. Werknemer beroept zich in fase twee op de rechtsgevolgen van artikel 7:668a BW, terwijl gelet op artikel 14 van de NBBU-cao in fase drie uitdrukkelijk van artikel 7:668a BW wordt afgeweken. Onweersproken is dat partijen niet overeenkomstig artikel 12 lid 3 van de NBBU-cao voorafgaande aan fase twee uitdrukkelijk hebben gekozen voor een systeem als bedoeld in artikel 7:668a BW. Volgt afwijzing van de vorderingen.