Rechtspraak
X/Y
Y is van 14 november 1997 tot 1 augustus 2012 in dienst geweest van kapsalon X. In de arbeidsovereenkomst tussen X en Y is geen concurrentie- en/of relatiebeding overeengekomen. Y heeft een eenmanszaak opgezet. X stelt dat sprake is van onrechtmatige concurrentie, doordat Y doelbewust stelselmatig en substantieel – en zelfs onder werktijd – een deel van de klanten actief heeft benaderd met het doel ‘over te stappen’ (als klant) naar Y, waarbij Y lagere tarieven hanteert dan X en dit ook aan bedoelde klanten heeft meegedeeld, dit alles met gebruikmaking van kennis en gegevens die zij tijdens het dienstverband bij X heeft opgedaan.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Richtinggevend voor het leerstuk van onrechtmatige concurrentie is (nog steeds) het arrest Boogaard/Vesta (HR 9 december 1955, NJ 1956, 157). In het bestek van deze kortgedingprocedure is onvoldoende vast komen te staan dat Y onrechtmatig gehandeld heeft jegens X, zodat de gevorderde voorzieningen dienen te worden afgewezen. Door tijdens haar dienstverband met X (en zelfs onder werktijd) aan twee klanten van laatstgenoemde haar visitekaartje te geven, heeft Y weliswaar de grens van hetgeen een goed werknemer betaamt opgezocht en zelfs overschreden, doch dit is onvoldoende om te kunnen spreken van het stelselmatig en substantieel benaderen van klanten. Bij de stelling van Y dat zij klanten van X haar telefoonnummer gegeven heeft ten behoeve van haar echtgenoot (die een glazenwassersbedrijf heeft) of dochter (die als schoonheidsspecialiste modellen in spe zocht) kunnen vraagtekens gesteld worden, aangezien het dan veel meer voor de hand zou liggen om dan ook het telefoonnummer van haar echtgenoot/dochter te geven in plaats van haar eigen telefoonnummer, maar ook dit is op zichzelf onvoldoende om onrechtmatige concurrentie aan te kunnen nemen.