Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Y c.s.
Rechtbank Oost-Nederland, 28 maart 2013
ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5803

X/Y c.s.

Ongeval zzp’er op bouwplaats met ernstig letsel tot gevolg. Dat zzp’er zijn werkzaamheden in opdracht van onderaannemer verricht, staat op grond van het arrest Davelaar/Allspan niet (zonder meer) aan aansprakelijkheid hoofdaannemer ex artikel 7:658 lid 4 BW in de weg

De Bouwcombinatie voert nieuwbouwprojecten uit. X heeft op 17 februari 2012 (in zijn hoedanigheid van zzp’er), in opdracht van onderaannemer D, lijmwerkzaamheden verricht voor de Bouwcombinatie, bestaande uit het stapelen en verlijmen van kalkzandsteenblokken van ca. 150 kg. X werd op uurbasis door D betaald. Tijdens het verrichten van deze werkzaamheden is hem een ernstig ongeval overkomen, als gevolg waarvan zijn linkerbeen is geamputeerd. Thans stelt X de Bouwcombinatie (als hoofdaannemer) ex artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk voor zijn schade.

Onder verwijzing naar het arrest Davelaar/Allspan (HR 23 maart 2012, AR 2012-0275) oordeelt de kantonrechter dat de omstandigheid dat X in opdracht van onderaannemer D zijn werkzaamheden verrichtte niet (zonder meer) aan aansprakelijkheid van de Bouwcombinatie in de weg staat. Gelet op rechtsoverweging 3.6.2 uit het arrest Davelaar/Allspan dient beoordeeld te worden of X voor zijn veiligheid bij het uitvoeren van de werkzaamheden (mede) afhankelijk is geweest van de Bouwcombinatie of dat hij voor die veiligheid enkel afhankelijk was van D. Hoezeer het D was die de verantwoordelijkheid droeg voor de veiligheid van X bij het verrichten van lijmwerkzaamheden en de inzet van een lijmkraan en steiger, voor wat betreft de veiligheid voor het geheel van de situatie op de bouwplaats was de Bouwcombinatie aansprakelijk. Voor zover X stelt dat hij geen steiger kon gebruiken omdat, voordat hij met het lijmen begon en tot en met het laatste blok, de kalkzandsteenblokken zodanig waren geplaatst dat het, bij gebruik van de lijmkraan, niet mogelijk was de aanwezige steiger te plaatsen, betreft dat een veiligheidsaspect ter zake waarvan X afhankelijk was van de Bouwcombinatie en waarvoor de Bouwcombinatie in beginsel jegens X verantwoordelijk is. De Bouwcombinatie heeft evenwel gemotiveerd bestreden dat de lijmblokken bij aanvang van de werkzaamheden en zeker later, toen de werkzaamheden al gevorderd waren, zodanig waren geplaatst dat X als gevolg van ruimtegebrek van een steiger geen gebruik kon maken. Tot op heden is er geen enkele onderbouwing, anders dan de stelling van X, dat de blokken het gebruik van een steiger verhinderden. Dat betekent dat nadere bewijslevering nodig zal zijn. De onderhavige procedure leent zich daar niet voor. Derhalve wordt de vordering bij wijze van voorlopige voorziening afgewezen.