Rechtspraak
Muelhan B.V./werknemer
Muelhan is gespecialiseerd in het stralen en coaten van tanks voor de opslag van chemicaliën. Werknemer is op 13 mei 1985 bij Muelhan in dienst getreden. Werknemer heeft tot 17 augustus 1992 bij Muelhan gewerkt als straler/spuiter van (zee)schepen en werd per deze datum meewerkend voorman straler/spuiter. Werknemer heeft zich op 12 april 2000 arbeidsongeschikt gemeld. Muelhan heeft het dienstverband met werknemer per 4 oktober 2002 beëindigd op de grond dat werknemer gedurende meer dan twee jaar onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest en zicht op werkhervatting niet aanwezig was. Werknemer stelt zich primair op het standpunt dat Muelhan tekort geschoten is in haar zorgplicht jegens werknemer en op grond van het bepaalde in artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor schade die werknemer heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor Muelhan. Volgens werknemer heeft Muelhan ten tijde van het dienstverband onvoldoende maatregelen getroffen om blootstelling aan oplosmiddelen en overige neurotoxische stoffen door werknemer te voorkomen. Toegestane concentraties gassen en dampen in de werkomgeving van Muelhan werden volgens werknemer overschreden, er waren geen of onvoldoende beschermingsmiddelen aanwezig dan wel deze werden onvoldoende daadwerkelijk gebruikt. De klachten die zijn ontstaan vóór de ziekmelding en ten slotte hebben geleid tot de ziekmelding op 12 april 2000, bestonden uit hoofdpijn, maagpijn, duizeligheid, stemmingswisseling, verwardheid, concentratieproblemen, vergeetachtigheid, slaapproblemen en depressiviteit. Door het Solvent Team van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten is volgens werknemer de diagnose OPS stadium II gesteld, welk ziektebeeld ook wel wordt aangeduid als chronische toxische encephalopathie of CTE. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer toegewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer is in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor Muelhan blootgesteld geweest aan voor de gezondheid schadelijke stoffen en werknemer heeft bovendien bewezen, althans gelet op alle omstandigheden van het geval voldoende aannemelijk gemaakt, dat er sprake is van gezondheidsklachten die door die blootstelling kunnen zijn veroorzaakt. Dit leidt tot de conclusie dat Muelhan in beginsel aansprakelijk is voor door werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor Muelhan geleden schade. De stelling van Muelhan dat ook met het treffen van maatregelen, blootstelling aan schadelijke stoffen niet zou zijn voorkomen, faalt. Indien vast zou staan dat Muelhan ten tijde van belang alle vereiste voorzorgsmaatregelen zou hebben getroffen, zou van een schending van haar zorgplicht geen sprake zijn, zodat zij op die grond niet aansprakelijk jegens werknemer zou zijn. Nu echter als uitgangspunt heeft te gelden dat Muelhan niet de vereiste voorzorgsmaatregelen heeft getroffen en derhalve in strijd met haar zorgplicht heeft gehandeld, kan Muelhan niet met succes betogen dat zij ondanks een schending van haar zorgplicht niet aansprakelijk is op de grond dat werknemer in elk geval (gezondheids)schade zou hebben geleden, waar de vereiste maatregelen ter bescherming van de gezondheid van werknemer nu juist beoogden het ontstaan van dergelijke schade te voorkomen.