Naar boven ↑

Rechtspraak

Hagé International/werknemers en Hillfresh BV
Gerechtshof Den Haag, 26 maart 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6070

Hagé International/werknemers en Hillfresh BV

Geen sprake van onrechtmatige concurrentie, ondanks indiensttreding helft van personeel en bediening van een substantieel deel van de klanten van ex-werkgever

Hagé is een familiebedrijf dat zich bezighoudt met de import en export van aardappelen, groente en fruit. In 1998 heeft The Greenery de aandelen in Hagé gekocht. De neef van de oorspronkelijke directeur is tot 2007 commercieel directeur geweest van Hagé. In 2007 deelt hij mee dat hij zijn eigen onderneming gaat starten, waarna hij onmiddellijk op non-actief is gesteld. Uiteindelijk nemen zes ‘key persons’ in 2007 ontslag en treden in dienst van Hillfresh, een concurrent van Hagé. Tot ongeveer eind juli 2007 hebben ook negentien andere personeelsleden van Hagé hun dienstverband opgezegd om vervolgens bij Hillfresh in dienst te treden. Dit betrof het volledige commerciële kernteam van Hagé en alle loodsvoormannen. Uiteindelijk zijn in totaal ongeveer 50 personeelsleden van Hagé naar Hillfresh overgestapt. Dit betreft bijna de helft van het totale personeelsbestand van Hagé. Ongeveer 23 leveranciers van Hagé zijn na de start van Hillfresh aan Hillfresh in plaats van Hagé gaan leveren. Ongeveer 49 leveranciers zijn naast aan Hagé ook aan Hillfresh gaan leveren. Ongeveer 49 leveranciers zijn (alleen) aan Hagé blijven leveren. Volgens Hagé is sprake van onrechtmatige concurrentie en profiteert Hillfresh van de wanprestatie van de ex-werknemers van Hagé. De Rechtbank Rotterdam oordeelde dat geen sprake was van onrechtmatige concurrentie (AR 2010-777).

Het hof oordeelt als volgt. Het hof gaat ervan uit dat van onrechtmatige concurrentie door voormalige werknemers sprake is indien op stelselmatige en substantiële wijze het duurzaam bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever wordt afgebroken door klanten, leveranciers of werknemers af te nemen, met behulp van kennis en gegevens die in de vorige dienstbetrekking zijn verkregen. Ook andere bijzondere omstandigheden, zoals misbruik van bedrijfsgeheimen, concurrentie tijdens dienstverband of het doen van schadelijke mededelingen over de voormalige werkgever kunnen leiden tot onrechtmatigheid. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verschillende getuigenverklaringen niet dat ex-werknemers het overige personeel hebben overgehaald naar Hillfresh te komen. Hagé heeft gesteld dat Hillfresh c.s. hebben geprofiteerd van de goodwill en know-how die zij bij haar hebben opgedaan. Hillfresh c.s. voeren aan dat de start van Hillfresh geen afbreuk heeft gedaan aan de goodwill van Hagé en evenmin ten koste gaat van haar (Hagé’s) eigen know-how; de commerciële medewerkers van Hagé beschikken slechts over persoonlijke goodwill, vakkennis en ervaring; het gebruik maken hiervan om een relatie op te bouwen is op zichzelf niet onrechtmatig. De rechtbank heeft te dien aanzien overwogen (samengevat), dat het onvermijdelijk is dat bij het overnemen van leveranciers dan wel klanten gebruik is gemaakt van know-how en goodwill die ex-werknemers 1 en 2, en de andere overgenomen werknemers die met leveranciers en klanten contact hebben, hebben opgebouwd bij Hagé, temeer omdat in de branche waarin Hagé en Hillfresh opereren, onderling vertrouwen van belang is; dat geen sprake is van een concurrentie- of relatiebeding en dat van bedoelde know-how en goodwill, die onlosmakelijk verbonden zijn met de persoon van de werkgever, in beginsel vrij gebruik kan worden gemaakt; en dat bijzondere omstandigheden die het gebruik desondanks onrechtmatig maken, zoals misbruik van bedrijfsgeheimen dan wel andere bijzondere gegevens of het doen van schadende mededelingen over de voormalige werknemers, niet zijn gesteld noch zijn gebleken. Het hof verenigt zich met dit oordeel van de rechtbank. Hagé heeft in hoger beroep geen feiten of argumenten aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Het voorgaande brengt mee dat, ook indien alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang in aanmerking worden genomen, geen sprake is van onrechtmatige concurrentie. Het moge zo zijn dat de gang van zaken voor Hagé onaangenaam is geweest en dat zij daarvan nadeel heeft ondervonden. Gezegd kan worden dat de oprichters van Hillfresh op het scherpst van de snede te werk zijn gegaan. Echter, zij zijn daarbij naar ’s hofs oordeel (nog juist) binnen de grenzen van het betamelijke gebleven.