Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Momus II Maastricht B.V.
Rechtbank Limburg, 29 mei 2013
ECLI:NL:RBLIM:2013:CA2306

werknemer/Momus II Maastricht B.V.

Werknemer vordert op grond van de CAO Horeca betaling van overuren uit het (verre) verleden. Toewijzing volledige vordering leidt tot onaanvaardbare gevolgen. Afwijzing vorderingen op grond van partijafspraak, omdat de indruk bestaat dat een vorm van zwart loon is overeengekomen

Vervolg tussenvonnis. Werknemer is in dienst geweest van Momus. In de arbeidsovereenkomst uit 2002 staat het volgende vermeld: ‘(…) verklaren de volgende arbeidsovereenkomst te zijn aangegaan, waarop de CAO voor het Horeca- en aanverwante bedrijf, verder de cao, van toepassing is. (…)’. Werknemer vordert thans betaling van overuren op grond van de cao.

De kantonrechter gaat ervan uit dat beide partijen bij aanvang van het dienstverband dezelfde intentie hadden, namelijk toepasselijkheid van de CAO Horeca in de per maart 2002 geldende versie met inbegrip van alle daarin later aan te brengen wijzigingen. Omdat de CAO Horeca een minimumkarakter heeft, is afwijking ten nadele van de werknemer niet toegestaan. Op grond van vaste jurisprudentie kan op de voet van zowel artikel 6:248 lid 2 BW als artikel 7:680a BW een vordering tot (door)betaling van loon in daarvoor in aanmerking komende situaties en gevallen gematigd worden indien algehele toewijzing in de gegeven omstandigheden tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden (zie onder meer HR 28 september 2012, JAR 2012/276). Nog afgezien van de vraag of de omvang van het overwerk door werknemer al bewezen althans aannemelijk gemaakt is (waarmee de verschuldigdheid van extra loon bij gebreke van compensatie in tijd in beginsel gegeven is), zou integrale toewijzing van de vordering van werknemer tot onaanvaardbare gevolgen leiden. Pas nadat er – na een tijdsverloop van jaren – tussen werknemer en Momus een geschil gerezen was, heeft werknemer aan de orde gesteld dat hij in het (verre) verleden meer uren gemaakt heeft dan het in de sector of voor zijn functie gangbare aantal per week en dat daarvoor alsnog vergoeding gegeven dient te worden. Weliswaar is het primair de verantwoordelijkheid van de werkgever om arbeidstijden van werknemers in het oog te houden en bij het opstellen van de roosters rekening te houden met het op grond van de cao geldende principe ‘tijd voor tijd’, maar dat neemt niet weg dat iedere werknemer een eigen verantwoordelijkheid heeft bij het (doen) respecteren van voorgeschreven of afgesproken werktijden. Nu werknemer wel substantieel meer uren heeft gewerkt dan waartoe hij op grond van de arbeidsovereenkomst gehouden was, wordt een bedrag van € 10.000 bruto toegekend. De andere gevorderde bedragen op grond van een partijafspraak worden afgewezen, omdat de indruk bestaat dat bij het maken van de afspraken aangaande de extra beloning gekozen is voor een vorm van zwart loon.