Naar boven ↑

Rechtspraak

Cordaan Thuisdiensten B.V./werkneemster
Rechtbank Amsterdam, 21 mei 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3368

Cordaan Thuisdiensten B.V./werkneemster

Thuishulp verschijnt na vakantie niet meer op het werk. Ontbindingsverzoek. Werkneemster heeft geen verweerschrift ingediend en is niet ter zitting verschenen. Zij dient opnieuw door de griffier te worden opgeroepen. Geen vaste woon- en verblijfplaats in Nederland

Werkneemster is in dienst van Cordaan als thuishulp. Na een vakantie is zij op 4 februari 2013 niet op het werk verschenen. Zij heeft laten weten in Marokko ziek te zijn geworden en niet te kunnen vliegen. Op 14 februari 2013 sms’t werkneemster dat zij in de week van 18 februari 2013 een vliegreis naar Nederland zal boeken. Daarna heeft werkneemster geen contact meer met Cordaan opgenomen. Cordaan heeft diverse malen getracht werkneemster telefonisch, per e-mail en op haar huisadres te bereiken, maar geen gehoor gevonden en geen reactie op haar e-mails en brieven gekregen. Thans verzoekt Cordaan ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu werkneemster geen verweerschrift heeft ingediend en niet is verschenen, dient eerst de vraag te worden beantwoord of zij behoorlijk is opgeroepen. De griffier heeft de oproeping voor de zitting van 16 april 2013 aangetekend verzonden naar het laatst bekende adres van werkneemster zoals is vermeld in het GBA. De oproeping is weliswaar in ontvangst genomen, maar uit de track and trace-gegevens kan niet worden afgeleid dat het werkneemster is geweest die het poststuk heeft aanvaard. Nu de jongste adresgegevens van werkneemster in het GBA sinds 13 maart 2013 in onderzoek zijn, de deurwaarder verklaart dat hem bij bezoek aan dat adres in onderzoek is gebleken dat werkneemster daar niet (meer) woonachtig is en werkneemster in januari 2013 in Marokko verbleef en er geen concrete feiten en omstandigheden zijn waaruit kan worden afgeleid dat zij inmiddels in Nederland is teruggekeerd, heeft werkneemster naar het oordeel van de kantonrechter geen vaste woon- en verblijfplaats in Nederland.

Vervolgens rijst de vraag of de door Cordaan gedane openbare betekening van de oproeping en het verzoekschrift meebrengt dat werkneemster alsnog overeenkomstig de wettelijke voorschriften behoorlijk is opgeroepen. Voorop gesteld wordt dat krachtens wettelijk voorschrift de griffier voor de oproeping zorgdraagt op de door de wet voorgeschreven wijze, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Nu de openbare betekening niet door de griffier is gedaan en een (voorafgaande) rechterlijke beslissing over een openbare betekening van de oproeping en Cordaan (desverzocht) voor die openbare betekening heeft zorg te dragen ontbreekt, kan deze oproeping niet voor de in artikel 275 Rv voorschreven tweede oproeping in de plaats treden (vgl. Hof Den Haag 15 november 2010, LJN BO9818). Ingevolge artikel 275 Rv wordt de griffier opgedragen werkneemster nogmaals op te roepen voor een zitting in juni 2013. Nu werkneemster zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland is en niet bekend is of werkneemster in het buitenland verblijft en zo ja waar, dient de oproeping te worden gepubliceerd in het dagblad Het Parool met onder meer vermelding van de dag en tijdstip waarop de zitting wordt gehouden en dat een kopie van het verzoekschrift kan worden afgehaald bij de Centrale Balie van de Rechtbank Amsterdam. Voorts dient de oproeping te worden gezonden naar het in processtukken van Cordaan genoemde e-mailadres van werkneemster.