Naar boven ↑

Rechtspraak

X Yachts Builders B.V./werknemer
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 30 juli 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:3442
Met annotatie door A.R. Houweling

X Yachts Builders B.V./werknemer

Vaststellingsovereenkomst waarin beëindiging met wederzijds goedvinden op termijn wordt bepaald bij aangaan voortgezette (vierde) arbeidsovereenkomst (voor onbepaalde tijd), is niet in strijd met artikel 7:668a BW noch in strijd met openbare orde of goede zeden. Evenmin is de Ragetlie-regel van toepassing

Werknemer (geboren 1950) is op 18 augustus 2008 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst getreden van X Yachts Builders. De arbeidsovereenkomst is tweemaal verlengd. Op 18 februari 2011 hebben partijen een vierde arbeidsovereenkomst gesloten, ditmaal voor onbepaalde tijd. Aan deze overeenkomst is evenwel een vaststellingsovereenkomst gekoppeld waarin partijen zijn overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd per 1 januari 2012 eindigt. X Yachts Builders wilde anders geen arbeidsovereenkomst aan werknemer aanbieden. Werknemer heeft zich (in eerste aanleg) op het standpunt gesteld dat de vaststellingsovereenkomst nietig is wegens strijd met het (driekwart) dwingende karakter van artikel 7:668a BW en dat zijn instemming met de vaststellingsovereenkomst tegen zijn wil is afgedwongen. Hij heeft een verklaring voor recht gevorderd dat een opzegging van de arbeidsovereenkomst tegen 1 januari 2012 nietig is en aanspraak gemaakt op doorbetaling van zijn salaris. De kantonrechter heeft werknemer in het gelijk gesteld.

Het hof oordeelt als volgt. De tussen partijen gesloten beëindigingsovereenkomst moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW. Immers, die overeenkomst is kennelijk gesloten ter voorkoming van een (toekomstige) onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen partijen rechtens geldt, nu partijen zekerheid wensten omtrent het einde van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en gezien de achtergrond van het aanbod aan werknemer om nogmaals een arbeidsovereenkomst aan te gaan elk conflict daarover kennelijk wilden uitsluiten. Het hof verwijst daartoe naar het bepaalde in artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst. Ingevolge artikel 7:902 BW is een vaststelling ter beëindiging van onzekerheid of geschil op vermogensrechtelijk gebied ook geldig als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht, tenzij zij tevens naar inhoud of strekking in strijd komt met de openbare orde of de goede zeden. Voor zover in dit geval al sprake zou zijn van strijd met dwingend recht, te weten – indirecte – strijd met artikel 7:668a BW, dan is de overeenkomst dus toch geldig. Dat en waarom sprake zou zijn van strijd met de openbare orde of de goede zeden heeft werknemer niet onderbouwd, anders dan door te stellen dat bewust is afgeweken van een driekwart-dwingende wetsbepaling. Dat is echter – als daar al sprake van zou zijn – zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende om te concluderen tot strijd met de openbare orde of de goede zeden. Het oordeel van de kantonrechter dat een overeenkomst gericht op het buiten werking stellen van een (driekwart) dwingende wetsbepaling ipso facto nietig is wegens strijd met de openbare orde of goede zeden (zodat in dat geval geen beroep behoeft te worden gedaan op de vernietigbaarheid ervan) is daarom rechtens onjuist. Overigens zou ingevolge artikel 3:40 lid 2 BW hooguit sprake kunnen zijn van vernietigbaarheid, nu de bepaling van artikel 7:668a BW strekt tot bescherming van de werknemer. (De advocaat van) werknemer heeft weliswaar buitengerechtelijk de nietigheid van de vaststellingsovereenkomst ingeroepen, doch deze is betwist door X Yachts Builders. Werknemer heeft vervolgens niet in rechte vernietiging van de vaststellingsovereenkomst, dan wel een verklaring voor recht dat hij de vaststellingsovereenkomst terecht buitengerechtelijk heeft vernietigd, gevorderd. Voor zover werknemer heeft gesteld dat X Yachts Builders heeft gehandeld in strijd met artikel 7:677 lid 4 BW (de Ragetlie-regel) moet dat standpunt worden verworpen nu de in dat artikellid bedoelde situatie (arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd omgezet in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd) zich hier niet voordoet.