Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 1 november 2012
ECLI:NL:RBSHE:2012:7591
werknemer/Stichting Palet
Werknemer is sinds 2001 in dienst geweest van Stichting Palet als systeembeheerder. De arbeidsovereenkomst is per 1 januari 2012 opgezegd wegens beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van Stichting Palet. Partijen zijn verdeeld over de vraag of werknemer een ontslagvergoeding toekomt. De van toepassing zijnde CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening 2008-2011 bepaalt in artikel 11.6 de financiële aanspraken bij ontslag om bedrijfseconomische omstandigheden. Artikel 11.6.1 bepaalt dat de wachtgeldregeling uit de cao 2007-2008 per 1 januari 2009 komt te vervallen. Artikel 11.6.2 bepaalt dat de werknemer bij ontslag om bedrijfseconomische omstandigheden een ontslagvergoeding ontvangt. Artikel 11.6.3 bepaalt dat de werknemer een aanvulling op de WW ontvangt. De cao 2008-2011 bevat in verband met de afschaffing van de wachtgeldregeling onder artikel 13.2 een overgangsregeling. Artikel 13.2.1 bepaalt dat voor de werknemer die op grond van de in artikel 3.2 van de cao 2006-2007 genoemde reden tot ontslag recht zou hebben op wachtgeld, die op 31 december 2005 in dienst was en op 1 januari 2009 55 jaar of ouder is de wachtgeldregeling van kracht blijft overeenkomstig de uitvoeringsregeling L van de cao 2007-2008.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Zoals werknemer ook heeft aangegeven zondert de cao niemand uit van de ontslagvergoeding. Dat betekent echter niet zonder meer dat aan werknemer een ontslagvergoeding toekomt. De cao-bepalingen dienen te worden uitgelegd conform de cao-norm. Uit deze tekst kan worden afgeleid dat de overgangsregeling waaronder werknemer valt (het behoud van zijn aanspraak op de oude wachtgeldregeling) niet een aanvulling is op artikel 11.6 van de cao, maar daarvoor in de plaats komt. Immers, als de partijen bij de cao de formulering ‘in aanvulling op en in afwijking van’ in de overgangsregeling voor de ene groep werknemers opnemen en zich dus blijkbaar bewust waren van het onderscheid tussen de oude en de nieuwe regeling, dan ligt het voor de hand dat partijen dit, indien zij dit hadden gewild, ook in de overgangsregeling voor de andere groep werknemers zouden hebben gedaan. Daarnaast geldt dat deze toevoeging, indien het standpunt van werknemer zou moeten worden gevolgd dat beide regelingen naast elkaar zouden bestaan, overbodig en dus zinloos zou zijn geweest. Ook in de brochure die door de cao-partijen na totstandkoming van de cao is verspreid, staat dat de oude wachtgeldregeling is vervangen door een nieuwe regeling. Dit is ook een aanwijzing dat beide regelingen niet naast elkaar staan, maar dat slechts een van beide van toepassing is.
Voorts zorgt de uitleg van werknemer voor onaannemelijke rechtsgevolgen. Het is immers onaannemelijk indien werknemer, naast de inkomensgarantie tot aan zijn pensioenleeftijd en de mogelijkheid om zijn deelneming in de pensioenregeling met een forse financiële bijdrage van Stichting Palet voort te zetten (zie art. 16 lid 3 van het sociaal plan, waardoor het pensioenverlies als gevolg van de beëindiging van het dienstverband bijna volledig door Stichting Palet wordt gecompenseerd) ook nog een ontslagvergoeding zou ontvangen. Dit is alleen al onaannemelijk omdat het onderscheid tussen werknemers die onder de oude wachtgeldregeling vallen en de werknemers die onder de nieuwe regeling vallen daarmee erg groot wordt. Het is verder onaannemelijk dat een beëindigingsregeling in de huidige tijd zo ver zou gaan dat een werknemer als werknemer tot aan zijn pensioenleeftijd vrijwel volledig in zijn inkomen zou worden gecompenseerd. De financiële consequenties voor de werkgever daarvan zijn niet redelijk te noemen. In het sociaal plan zijn voorts nog meer aanwijzingen opgenomen op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat werknemer geen recht heeft op een ontslagvergoeding. De door Stichting Palet voorgestane uitleg wordt bevestigd door de artikelen 14 en 15 van het sociaal plan. Volgt afwijzing van de vordering.