Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 23 augustus 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:2824
werkneemster/werkgeefster
Werkneemster is sinds 1 juli 1988 in dienst als pompstationbediende. De gemeente Nijmegen heeft de huur van het tankstation aan BP als hoofdhuurder opgezegd. BP heeft op haar beurt de huur aan werkgeefster als onderhuurder opgezegd. Na verkregen toestemming heeft werkgeefster de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfsbeëindiging opgezegd tegen 31 december 2011. Werkneemster is in oktober 2011 arbeidsongeschikt geworden. Zij heeft tot 31 juli 2012 aanspraak gehad op een ziektewetuitkering. Medio 2012 heeft werkneemster haar vordering uit kennelijk onredelijk ontslag aan werkgeefster aangekondigd, waarna tussen partijen onderhandelingen op gang zijn gekomen. In het kader daarvan heeft werkgeefster aan werkneemster een aanbod gedaan om bij X te komen werken. Daar is het niet meer van gekomen, omdat werkneemster elders in dienst is getreden. Thans vordert werkneemster een verklaring voor recht dat de opzegging kennelijk onredelijk is op grond van het gevolgencriterium.
De kantonrechter neemt het oordeel van UWV WERKbedrijf over, inhoudend dat kort gezegd de vestigingen in Nijmegen en Rosmalen als aparte bedrijfsvestiging moet worden beschouwd. Daarmee bestond er geen verplichting voor werkgeefster om werkneemster in Rosmalen te herplaatsen ook als daar gelet op het afspiegelingsbeginsel wel aanleiding toe was. Werkgeefster heeft werkneemster gewezen op het feit dat benzinepomp Y mensen zocht en dat zij een sollicitatieformulier kon ophalen als zij interesse had. Werkneemster is hier niet op ingegaan. Verder heeft werkgeefster onweersproken gesteld dat zij voor het einde van het dienstverband contact heeft gelegd met Flexone, een uitzendbureau/payrollbedrijf dat vooral tankstations bedient, en dat Flexone het voltallige personeel van werkgeefster ‘nog voor de laatste dag’ wilde overnemen. Uit de stellingen van partijen blijkt dat werkneemster ook deze mogelijkheid niet wilde onderzoeken. De inspanningen van werkgeefster zijn weliswaar summier, maar daar staat tegenover dat werkneemster op geen enkele suggestie van werkgeefster wilde ingaan. Geoordeeld wordt dat werkgeefster mede gelet op de houding van werkneemster zelf per saldo voldoende heeft gedaan om haar aan passend werk te helpen. Daarmee heeft zij dus gehandeld als goed werkgever als bedoeld in artikel 7:611 BW. Met eventuele belemmeringen op de arbeidsmarkt voor werkneemster wordt bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een kennelijk onredelijke opzegging daarom geen rekening gehouden. Het enkele feit dat geen beëindigingsvergoeding is betaald, maakt de opzegging niet kennelijk onredelijk. Volgt afwijzing van de vordering.