Rechtspraak
X/Y
X vordert betaling van loon, vakantiegeld en reiskosten van Y, een zorgverlener op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg. Tussen partijen is in geschil of X haar werkzaamheden heeft verricht op basis van een arbeidsovereenkomst of in het kader van een stage.
De kantonrechter stelt vast dat X heeft verklaard zich bij Y gemeld te hebben in het kader van een stage. De bedoeling was aldus werkervaring op te doen in de hoop na het afstuderen bij Y in dienst te kunnen treden. In het verlengde daarvan moet vastgesteld worden dat partijen bij het aangaan van hun relatie niet over enige beloning hebben gesproken, hetgeen past bij een stage en nu maakt dat een arbeidsovereenkomst bij aanvang van de werkzaamheden van X bij Y in ieder geval niet kan worden aangenomen, omdat ‘loon’ nu eenmaal een van de essentialia van een arbeidsovereenkomst is. De vraag is vervolgens of, gedurende de periode van mei 2010 tot en met maart 2012 waarin X haar werkzaamheden voor Y verrichtte, het oorspronkelijke karakter van de overeenkomst is gewijzigd en wel zodanig dat deze van een stagerelatie is gewijzigd in een arbeidsovereenkomst. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. In zijn algemeenheid verzet de rechtszekerheid zich ertegen dat de ene overeenkomst geruisloos wordt vervangen door een nieuwe overeenkomst met een geheel ander karakter. X heeft zelf onderkend dat zij bij gebreke van een diploma niet als psychologe op de loonlijst geplaatst kon worden en dat deze van belang zijnde factor nooit veranderd is. X is nog altijd niet afgestudeerd. Daarbij komt dat X in mei 2011 zelf om een vergoeding heeft gevraagd, maar dat toen niet anders is toegezegd dan een vergoeding van de reiskosten. Deze vergoeding kan niet als beloning worden gekwalificeerd. Verder is niet gebleken dat X zich met die vergoeding toen niet heeft kunnen verenigen, getuige het tijdsverloop tussen deze toezegging en het moment dat rechtsmaatregelen in het vooruitzicht zijn gesteld. Daarbij komt dat X door Y ook anders is behandeld dan collega’s die wel op basis van een arbeidsovereenkomst gewerkt hebben, bijvoorbeeld door het uitblijven van periodieke functionerings- en beoordelingsgesprekken die wel met collega’s maar niet met haar gevoerd zijn, zoals Y onbestreden gesteld heeft. De loonvordering wordt afgewezen. De gevorderde reiskostenvergoeding van € 2.065,51 wordt wel toegewezen.