Rechtspraak
X/Iterra B.V.
Tussen X en Iterra is op 13 september 2007 een overeenkomst getekend, geheten ‘Contract of Employment’. In de overeenkomst is bepaald dat X in de functie van IT Specialist/Consultant werkzaamheden verricht voor ING Bank. Na verkregen toestemming van het UWV WERKbedrijf heeft Iterra de overeenkomst met X opgezegd tegen 1 november 2013. Thans vordert X onder meer betaling van achterstallig loon. Hij stelt dat Iterra ten onrechte eenzijdig het uurtarief heeft gewijzigd. Ook vordert hij betaling van niet-genoten vakantiedagen en een schriftelijke verklaring dat Iterra hem niet zal houden aan het verbod om binnen zes maanden na het einde van het dienstverband vergelijkbare werkzaamheden te verrichten bij ING. Werknemer stelt hij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst, hetgeen Iterra betwist.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er geen sprake van uitoefening van enig gezag door Iterra, hetgeen wel vereist is voor bestaan van een arbeidsovereenkomst. Het gezag werd door ING uitgeoefend. Ondanks het ontbreken van een gezagsverhouding kan desalniettemin van een arbeidsovereenkomst gesproken worden indien sprake is van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7:690 BW. Ook daarvan is echter, voorlopig oordelend, geen sprake. Iterra vervult namelijk geen allocatiefunctie op de arbeidsmarkt. Uit het feit dat een gezagsverhouding tussen partijen ontbreekt en er evenmin sprake is van een uitzendovereenkomst volgt dat er geen arbeidsovereenkomst tussen X en Iterra bestaat. Als er sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan is dat met ING. Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of, ondanks het feit dat Iterra niet als de werkgever in de zin van artikel 7:610 BW van X kan worden aangemerkt, X desalniettemin nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst van Iterra kan vorderen.
Deze vraag beantwoordt de kantonrechter bevestigend. Vooropgesteld wordt dat het door X met Iterra gesloten contract in deze situatie kan worden aangemerkt als een overeenkomst sui generis. X kan derhalve, nu ING vooralsnog te kwalificeren is als de werkgever ex artikel 7:610 lid 1 BW, op basis van de hierover in deze overeenkomst sui generis met Iterra – als uitvoerder van het juridisch en administratief werkgeverschap – gemaakte afspraken ook bij Iterra nakoming vorderen van de uit de arbeidsovereenkomst voorvloeiende verplichtingen. X heeft niet geprotesteerd tegen de wijziging van het uurtarief, zodat de vordering tot betaling van het oude uurtarief wordt afgewezen. Voor de gevorderde betaling van vakantie-uren is nader onderzoek nodig, waarvoor deze procedure zich niet leent. Deze vordering wordt afgewezen. Iterra heeft niet onderbouwd welk belang zij heeft bij handhaving van het relatiebeding. Het relatiebeding wordt derhalve geschorst.