Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 4 juli 2013
ECLI:NL:RBZWB:2013:6711

werkneemster/werkgeefster

Niet aannemelijk dat een ander beloningssysteem is overeengekomen of dat interieurverzorgster haar arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Toewijzing loonvordering

Werkneemster is sinds september 2011 in dienst als interieurverzorgster. Thans vordert zij betaling van achterstallig loon vanaf januari 2013. Tevens vordert zij tijdige en correcte loonbetalingen vanaf 1 juni 2013. Werkgeefster voert aan dat de door werkneemster overgelegde arbeidsovereenkomst niet geldig is, nu degene die de arbeidsovereenkomst heeft ondertekend niet tekeningbevoegd is binnen de onderneming van werkgeefster. Vervolgens voert zij aan dat de arbeidsduur tien uur per week bedroeg in plaats van twaalf uur, waarbij is afgesproken dat werkneemster vanaf januari 2013 op uurbasis zou worden uitbetaald. Ook stelt zij na 3 april 2013 niet meer gehouden te zijn tot betaling van het loon, nu werkneemster op 3 april 2013 de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft ter zitting erkend dat een mondelinge arbeidsovereenkomst is aangegaan, zodat dit vaststaat. Werkneemster heeft de stelling van werkgeefster, dat zij vanaf januari 2013 per uur zou worden betaald, gemotiveerd betwist. Niet is komen vast te staan dat partijen een ander beloningssysteem zijn overeengekomen. Ten aanzien van de opzegging door werkneemster wordt geoordeeld dat het op grond van artikel 159 lid 2 Rv op de weg van werkgeefster ligt bewijs van haar stelling te leveren. Daarvoor leent de onderhavige procedure zich echter niet. De loonvordering vanaf januari 2013 wordt toegewezen. De vordering strekkende tot afgifte van de loonspecificaties wordt toegewezen voor zover deze verplichting bestaat op grond van artikel 7:626 BW.