Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 12 maart 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:541

werkneemster/werkgever

Beëindiging van de lege huls (104-weken-plus arbeidsongeschikte werknemer) door opzegging is niet kennelijk onredelijk. Geen schade wegens ontslag. Werkneemster komt wel vakantiedagen toe over periode van arbeidsongeschiktheid, waarbij zij wisselend recht heeft op 100% over zes maanden en gedeeltelijk over perioden dat ze heeft gewerkt (art. 7:635 lid 4 oud BW)

Werkneemster (61 jaar) is op 4 december 2000 bij Wishful B.V. (een klein kaartenwinkeltje in Maassluis) in dienst getreden in de functie van parttime verkoopster/hulpkracht. Zij is in 2005 uitgevallen wegens een niet arbeidsgerelateerd ongeval. In 2007 heeft het UWV Wishful een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratieactiviteiten in het ‘tweede spoor’. De arbeidsovereenkomst is tegen 31 maart 2009 opgezegd met toestemming van het UWV WERKbedrijf. Werkneemster stelt zich op het standpunt dat de opzegging kennelijk onredelijk is. Voorts vordert zij achterstallig loon en niet-genoten/verworden vakantiedagen.

Het hof oordeelt als volgt. Beëindiging van de lege huls door opzegging is niet kennelijk onredelijk, te minder nu de terugval in inkomen aan de kant van werkneemster het gevolg is van de (niet arbeidsgerelateerde) arbeidsongeschiktheid van werkneemster en niet het gevolg van het haar gegeven ontslag. Werkneemster ontving immers de laatste maanden van de arbeidsovereenkomst al geen loon meer. Van door het ontslag ontstane schade (en vergoeding daarvan) kan dan ook geen sprake zijn.

Wat de opbouw van vakantieaanspraken betreft, oordeelt het hof dat Wishful ten onrechte is uitgegaan van volledige arbeidsongeschiktheid gedurende het hele ziekteproces. Nu werkneemster wisselende mate van arbeidsongeschiktheid heeft gekend, dienst artikel 7:635 (oud) BW genuanceerd te worden. Werkneemster heeft over de periode 17 december 2005 tot 1 augustus 2007 gedurende (de laatste) zes maanden vakantiedagen van 100% opgebouwd. Over de periode van 1 augustus 2007 tot 20 augustus 2007 zijn vakantiedagen/rechten van 40% opgebouwd, terwijl over de periode van 20 augustus 2007 tot 30 november 2007 vakantiedagen van 60% opgebouwd zijn. Nu er na de laatste periode van arbeidsongeschiktheid een onderbreking is geweest van meer dan een maand (het betreft de periode dat werkneemster gedeeltelijk arbeidsgeschikt was), is de zesmaandentermijn van artikel 7:635 lid 4 BW opnieuw begonnen en heeft werkneemster over de periode van 30 november 2007 tot 4 december 2007 vakantiedagen/rechten van 100% opgebouwd. Over de periode van 4 december 2007 tot 14 januari 2008 zijn vakantiedagen/rechten van 60% opgebouwd en tot slot zijn over de periode van 14 januari 2008 tot en met 31 maart 2009 gedurende zes maanden vakantiedagen van 100% opgebouwd. In principe betreft dit de laatste zes maanden. (Ook hier is er weer sprake van een onderbreking van meer dan een maand, waardoor er per 14 januari 2008 wederom een termijn van zes maanden als bedoeld in art. 7:635 lid 4 BW is gaan lopen.)