Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25 oktober 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:7096
werkneemster/Stichting Jepie Pikin
Werkneemster is op 16 augustus bij Jepie Pikin, een kinderdagverblijf en een buiten- of naschoolse opvang, in dienst getreden voor de bepaalde tijd van één jaar. Bij mail van 31 mei 2013 heeft X (hij is in dienst van Stichting Y en gedetacheerd bij Jepie Pikin) werkneemster een eerste verlenging van haar arbeidsovereenkomst gestuurd. Bij brief van 25 juli 2013 is werkneemster door Jepie Pikin bevestigd dat zij hebben besproken dat de arbeidsovereenkomst van werkneemster op 15 augustus 2013 afliep en niet werd verlengd. Werkneemster stelt dat haar arbeidsovereenkomst wel degelijk verlengd is doordat zij de aangeboden verlenging tijdig heeft aanvaard. Jepie Pikin voert aan dat X niet gerechtigd was een verlenging van de arbeidsovereenkomst met werkneemster overeen te komen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster is een verlenging aangeboden die zij ook heeft aanvaard. Resteert de vraag of werkneemster overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:61 BW, gelet op gedragingen van Jepie Pikin, ervan uit mocht gaan dat X het aanbod namens Jepie Pikin mocht doen. Dit acht de kantonrechter voorshands het geval. Immers, Jepie Pikin heeft zelf de schijn gewekt dat Stichting Y bevoegd was namens Jepie Pikin op te treden in dit soort personeelszaken, nu Jepie Pikin en Stichting Y organisatorisch en financieel voor een groot deel door elkaar lopen, er vele familiaire verbanden tussen medewerkers c.q. bestuursleden van Jepie Pikin en medewerkers c.q. bestuursleden van Stichting Y zijn, medewerkers over en weer gedetacheerd worden, A – zelf in dienst van Stichting Y maar gedetacheerd bij Jepie Pikin – feitelijk in de kamer tegenover X zit en binnen Jepie Pikin algemeen bekend was dat Stichting Y voor een zeer aanzienlijk bedrag in Jepie Pikin had geïnvesteerd. Volgt toewijzing van de loonvordering.