Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Hoorn), 29 april 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:10138
werknemer/Scholtens Beheerdevisie B.V.
Werknemer is sinds 2007 in dienst van Scholtens (onderdeel van de Scholtens groep) als bouwkundige. Hij was laatstelijk werkzaam in de functie vestigingsmanager bij Scholtens De Meern. De arbeidsovereenkomst is wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd. Werknemer stelt dat de opzegging kennelijk onredelijk is. Volgens hem is sprake van een valse of voorgewende reden. Daarnaast beroept hij zich op het gevolgencriterium.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Van een valse of voorgewende reden is geen sprake. Uit het oogpunt van efficiency en kostenvermindering is een reorganisatie bij Scholtens De Meern doorgevoerd, waardoor de functie vestigingsmanager is komen te vervallen. De stelling dat het UWV onjuist zou zijn geïnformeerd faalt. Ten aanzien van het beroep op het gevolgencriterium wordt bijzonder gewicht toegekend aan het feit dat werknemer door de beëindiging van het dienstverband een aanzienlijke inkomensteruggang heeft. Werknemer heeft onbetwist gesteld dat hij een jaarinkomen afgerond van € 91.000 bruto genoot, exclusief pensioenexedent. Gedurende de tijd dat hij aanspraak kan maken op een uitkering krachtens de WW, zal hij worden teruggeworpen op een inkomen van iets meer dan € 50.000 per jaar. Daar komt bij dat te verwachten is dat werknemer niet op korte termijn een nieuwe baan zal vinden. Op grond van de berekening via de website hoelangwerkloos.nl heeft werknemer aangevoerd naar verwachting 431 dagen werkloos te zijn en moet de kans dat hij uitstroomt naar een andere baan op de arbeidsmarkt worden ingeschat op 67%. Dit standpunt van werknemer wordt gevolgd. Gelet op de inkomensterugval en verwachte werkloosheidsduur wordt geoordeeld dat de opzegging kennelijk onredelijk is.
Gebaseerd op zijn loon, de verwachte duur van werkloosheid en het verwachte inkomen gedurende zijn werkloosheid, stelt werknemer dat zijn schade € 74.109 zal bedragen. Daarbij heeft hij tevens rekening gehouden met schade wegens het wegvallen van de pensioenexedent (welke post Scholtens niet heeft betwist) en met inkomen dat werknemer genereert in een tijdelijk parttime dienstverband. Scholtens heeft de juistheid van deze uitgangspunten niet dan wel onvoldoende betwist. Scholtens heeft wel gewezen op haar slechte liquiditeitspositie. Daarin kan de kantonrechter Scholtens wel volgen, zij het dat de schade van werknemer nog wel voor een deel aan Scholtens toe te rekenen is. Gelet op de kostenbesparing die Scholtens door het ontslag van werknemer realiseert en gelet op de leeftijd van werknemer en de duur van het dienstverband wordt de helft van de schade aan Scholtens toegerekend. Volgt toewijzing van een schadevergoeding van € 37.054,50 bruto.