Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bogra B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Hoorn), 17 juni 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:8112

werknemer/Bogra B.V.

Opzegging arbeidsovereenkomst 57-jarige productiemedewerker na dienstverband van 27 jaar kennelijk onredelijk op grond van gevolgencriterium. De op grond van de website www.hoelangwerkloos.nl verwachte werkloosheidsduur wordt, gelet op de relatief geringe kans op uitstroom naar een andere baan, verhoogd van vijf naar tien maanden

Werknemer is sinds 1985 in dienst van Bogra. Laatstelijk is hij werkzaam als productiemedewerker. De arbeidsovereenkomst is wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd. Werknemer stelt dat de opzegging kennelijk onredelijk is, omdat het ontslag op een valse of onjuiste grond berust. Daarnaast beroept werknemer zich op het gevolgencriterium.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het beroep op een valse of voorgewende reden faalt. Vaststaat dat Bogra het machinale gedeelte van de fabricage van uitvaartkisten heeft gestaakt en heeft uitbesteed aan een andere onderneming. De gehele machinale productieafdeling waar werknemer werkzaam was is opgeheven, waardoor zijn functie is vervallen. Wel slaagt het beroep op het gevolgencriterium. Werknemer is meer dan 27 jaar in dienst geweest bij Bogra en heeft gedurende die periode steeds goed gefunctioneerd. Aan werknemer is geen vergoeding voor het ontslag toegekend door Bogra en werknemer heeft door het ontslag en zolang hij een WW-uitkering ontvangt een verlies aan inkomen van € 735,51 bruto per maand in de eerste twee maanden na ontslag, en daarna van € 854,68 bruto per maand. Ook komt bijzonder gewicht toe aan het feit dat werknemer ten tijde van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 57 jaar oud was, dat hij een eenzijdig arbeids- en opleidingsverleden heeft en dat door werknemer voldoende is aangetoond dat hij naar verwachting niet op korte termijn een andere baan zal vinden. Werknemer heeft gegevens overgelegd, ontleend aan de site www.hoelangwerkloos.nl, waaruit blijkt dat werknemer naar verwachting ruim vijf maanden (158 dagen) werkloos zal zijn, met een kans van 26% op uitstroom naar een andere baan. De stelling van Bogra dat er blijkens door haar overgelegde voorbeelden van vacatures genoeg kansen zijn op een baan voor werknemer kan niet worden gevolgd, omdat het bestaan van een vacature nog niets zegt over de vraag of dat voor werknemer een baan oplevert. Dat is temeer het geval nu uit het door werknemer overgelegde overzicht van zijn uitvoerige sollicitatieactiviteiten blijkt dat het ondanks die activiteiten nog niet gelukt is om ander werk te vinden. Verder is van belang dat er door Bogra geen outplacement of een andere vorm van begeleiding is aangeboden aan werknemer bij het vinden van ander werk.

Ten aanzien van de hoogte van de schadevergoeding wordt geoordeeld dat daarbij niet alleen rekening moet worden gehouden met genoemde periode van vijf maanden gedurende welke werknemer naar verwachting werkloos zal zijn, maar ook met de relatief geringe kans op uitstroom naar een andere baan van 26%. Na afweging van goede en kwade kansen, zoals bedoeld in artikel 6:105 BW, wordt geoordeeld dat werknemer naar verwachting gedurende een periode van tien maanden na het ontslag werkloos zal blijven. Aan werknemer wordt een schadevergoeding toegekend van € 8.308,46 bruto (twee maal € 735,51 bruto per maand aan inkomensverlies in de eerste twee maanden na ontslag, en acht maal € 854,68 bruto per maand aan inkomensverlies in de acht maanden daarna).