Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 6 december 2013
ECLI:NL:RBLIM:2013:9733
Stichting Woonpunt/werknemer
Werknemer is als directeur in dienst getreden van de Stichting Beter Wonen. Werknemer is sinds 2001 als vestigingsdirecteur werkzaam op vestigingen van Woonpunt. Woonpunt verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat de functie van werknemer als gevolg van een reorganisatie is komen te vervallen. Ten aanzien van de aan werknemer toe te kennen vergoeding voert Woonpunt aan dat werknemer een topfunctionaris is in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Woonpunt wijst erop dat zij op grond van de WNT werknemer niet meer dan een vergoeding van € 75.000 kan aanbieden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast is komen te staan dat de functie van vestigingsdirecteur sinds 1 juli 2013 niet meer bestaat en werknemer niet herplaatsbaar is, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Ten aanzien van de vergoeding wordt het volgende overwogen. Vaststaat dat Woonpunt een krachtens de Woningwet toegelaten instelling is, zodat paragraaf 2 en 4 van de WNT op haar van toepassing is. Hoewel de kantonrechter strikt genomen niet gebonden is aan artikel 2.10 WNT, zal deze bepaling in de praktijk weinig zin meer hebben indien bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding naar billijkheid niet in belangrijke mate betekenis aan het in die bepaling opgenomen maximum gehecht zal worden. Indien de kantonrechter van oordeel is dat artikel 2.10 lid 1 van de WNT in deze zaak van toepassing is, zal zij derhalve in beginsel uitgaan van het in dat artikel opgenomen maximumbedrag, behoudens bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van dit bedrag. Partijen twisten in dat verband met name over het antwoord op de vraag of werknemer een topfunctionaris is in de zin van de WNT.
Geoordeeld wordt dat werknemer een topfunctionaris is. Werknemer nam (samen met de andere deelnemers aan het directieoverleg) feitelijk besluiten betreffende de gehele organisatie van Woonpunt en was belast met de dagelijkse leiding van niet alleen de vestiging waar hij directeur van was, maar (ook) van de gehele organisatie van Woonpunt. Het gegeven dat werknemer gedurende zestien jaren goed gefunctioneerd heeft en gezien zijn leeftijd en (gestelde) eenzijdige arbeidsverleden naar verwachting gedurende langere tijd werkloos zal zijn, zijn omstandigheden waarvan moet worden aangenomen dat die reeds door de wetgever bij de vaststelling van het maximumbedrag van € 75.000 zijn verdisconteerd. Dat geldt niet voor de stelling van werknemer dat, anders dan bij hem, voor een collega door Woonpunt een functie gecreëerd is. Voor deze voormalige vestigingsdirecteur heeft Woonpunt een zodanige voorziening getroffen dat deze werknemer tot aan zijn pensioen bij Woonpunt in dienst kan blijven. Gelet op die omstandigheid is aanleiding gezien de vergoeding naar billijkheid vast te stellen op het hogere bedrag van € 125.000 bruto.