Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 9 december 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:7084
Bruil Beton & Mix B.V./werknemer
Werknemer is sinds 2006 in dienst van (een rechtsvoorganger van) Bruil. Werknemer is sinds 29 oktober 2012 ziek. Bruil verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verandering van omstandigheden. Zij voert daartoe aan dat er is sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie, als gevolg waarvan de arbeidsplaats van werknemer is komen te vervallen. Het UWV heeft reeds een vergunning verleend voor het ontslag van werknemer. Bruil stelt in dit verband dat zij bij de keuze om de arbeidsplaats van werknemer te laten vervallen, het afspiegelingsbeginsel heeft toegepast. Voor de reorganisatie is een sociaal plan opgesteld, ter zake waarvan Bruil overleg heeft gevoerd met de ondernemingsraad. De vakbonden hebben ingestemd met het sociaal plan.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Bruil heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie. Ten aanzien van het beroep op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte wordt geoordeeld dat de door Bruil ter onderbouwing van haar ontbindingsverzoek aangevoerde bedrijfseconomische gronden geheel losstaan van de huidige arbeidsongeschiktheid van werknemer. Voorts is het, gelet op de rapportages van de bedrijfsarts en de arbeidskundige, voldoende aannemelijk dat werknemer vanwege zijn klachten niet in staat is terug te keren in zijn eigen functie. Reeds om deze reden dient aan het belang van werknemer bij een reservering van zijn arbeidsplaats een beperkt gewicht te worden toegekend. Verder kan nog als belang dienen dat werknemer de gelegenheid moet hebben te kunnen re-integreren in het tweede spoor. Niet aannemelijk is geworden dat Bruil onvoldoende inspanningen verricht heeft voor de re-integratie in het tweede spoor. Bovendien heeft Bruil te kennen gegeven bij het UWV een participatieverzoek te zullen indienen, waarmee zij zich de belangen van werknemer om de re-integratie in het tweede spoor te kunnen voortzetten aantrekt. Nu geen andere passende functie voorhanden is, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Er wordt, conform het sociaal plan, een vergoeding toegekend met C=0,8.