Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Leerorkest
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15 november 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:8880

werknemer/Stichting Leerorkest

Docent viool is naar voorlopig oordeel werkzaam op basis van overeenkomst van opdracht. Partijbedoeling, het niet verplicht zijn persoonlijk arbeid te verrichten en het indienen van declaraties duiden niet op het bestaan van een arbeidsovereenkomst

X heeft van 12 april 2007 tot in mei 2011 werkzaamheden als docent viool verricht voor Leerorkest, door tussenkomst van Y, een payrollonderneming. Op 20 september 2011 is tussen Leerorkest en X een overeenkomst gesloten, met de omschrijving ‘Overeenkomst van opdracht’. Daarna zijn nog twee vergelijkbare overeenkomsten gesloten. Op 10 juli 2012 heeft Leerorkest aan X te kennen gegeven de met hem gesloten overeenkomst niet te verlengen. Centrale vraag in deze procedure is of X op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst is van Leerorkest.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Leerorkest en X hebben in september 2011 een schriftelijke overeenkomst gesloten, waarin is bepaald dat sprake is van een opdrachtovereenkomst. Hoewel in deze opdrachtovereenkomst is bepaald dat X een VAR-wuo diende te overleggen, heeft hij een VAR-loon getoond. Leerorkest heeft echter gehandeld alsof sprake was van een VAR-wuo, want heeft betalingen aan X verricht zonder inhouding van loon en premies. X heeft hierover nooit opmerkingen gemaakt. X moet zich er daarom zowel bij het aangaan als tijdens de looptijd van de twee andere gesloten overeenkomsten van bewust zijn geweest dat niet op basis van een gewone arbeidsovereenkomst werd gehandeld. X mocht zich laten vervangen door een door hem aan te wijzen vervanger en hij stuurde aan Leerorkest declaraties. Leerorkest heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de wijze waarop X vanaf oktober 2011 zijn werkzaamheden verrichtte, als vallend onder een gezagsverhouding kan worden gekwalificeerd. Nu echter geen sprake is van een door de werknemer persoonlijk te verrichten arbeid en ook niet sprake is van betaling van loon op een wijze zoals dit in een arbeidsovereenkomst gebruikelijk is, en daarbij de partijbedoeling, zowel bij het aangaan als tijdens de overeenkomst, duidt op het willen aangaan van een opdrachtovereenkomst, wordt geoordeeld dat aannemelijk is dat deze overeenkomst in een bodemprocedure zal worden gekwalificeerd als een opdrachtovereenkomst. De maatschappelijke positie van X kan hierbij in het midden blijven. Want al mag worden aangenomen dat X voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van zijn verdiensten bij Leerorkest, gelet op zijn eerdere werkzaamheden voor Leerorkest en zijn dienstverband bij de muziekschool Amsterdam moet hij zich goed bewust zijn geweest van zijn positie.