Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Ipse De Bruggen
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21 januari 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:74

werkneemster/Stichting Ipse De Bruggen

Ontslag niet kennelijk onredelijk mede vanwege het weigeren werkneemster passende functie te aanvaarden

Werkneemster is bewijs opgedragen dat Ipse De Bruggen de merkwerkzaamheden zodanig had kunnen herverdelen dat van de medewerkers linnenvoorziening in redelijkheid had kunnen worden gevergd hieraan mee te werken (waarbij er voldoende – naai- en merk- – werk voor werkneemster zou resteren, alsmede voor de medewerkers van de linnenkamer hetzelfde soort ‘rustmoment’ en welkome afwisseling van de verder zware arbeid in de linnenkamer zou worden verkregen door het zittend verrichten van vouwwerk, als door het verrichten van merkwerk), waardoor zij in redelijkheid de haar in februari 2008 aangeboden werkzaamheden bij de receptie en winkel van de locatie De Ruimte zou hebben kunnen weigeren, zonder gevolgen voor – de kennelijke onredelijkheid van – het haar gegeven ontslag. Werkneemster laat een vijftal getuigen horen.

Het hof oordeelt als volgt. Los van de vraag of er, ten tijde van de weigering door werkneemster van de haar aangeboden op zich passende werkzaamheden bij de locatie De Ruimte te Delft, met inbegrip van alle bij het filiaal Nootdorp aanwezige merkwerkzaamheden, voldoende werk als verstelnaaister voor haar aanwezig was (en geen daling hiervan op korte termijn te verwachten was) – de desbetreffende getuigen hebben in ieder geval niet verklaard meer te zijn gaan merken, terwijl het werken door vanuit de Reclassering geplaatste mensen pas vanaf het laatste halfjaar voorafgaand aan het tijdstip van de getuigenverklaring dateert – is werkneemster er niet in geslaagd te bewijzen dat zittend vouwen ten tijde van de weigering een werkbaar alternatief vormde waaraan medewerking van de overige werknemers/werkgever in redelijkheid kon worden verlangd en had zij de haar aangeboden alternatieve werkzaamheden niet mogen weigeren, zonder gevolgen voor – de kennelijke onredelijkheid van – het haar gegeven (deel)ontslag. Nu haar voor de weggevallen/wegvallende werkzaamheden passende alternatieve werkzaamheden zijn aangeboden, die zij niet heeft geaccepteerd, is het haar gegeven ontslag in verband met die weggevallen/wegvallende werkzaamheden, gegeven alle overige omstandigheden zoals vermeld in beide tussenarresten, niet kennelijk onredelijk.