Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 19 december 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:6706
werknemer/Intervet International B.V.
Van 1 januari 1999 tot 1 september 2006 heeft werknemer gewerkt voor MSD Haarlem. Op 1 maart 2009 is hij in dienst getreden van Intervet. Op 3 november 2009 heeft er een fusie plaatsgevonden tussen de Amerikaanse (groot)moedervennootschappen Schering-Plough Corporation en Merck & Co, Inc. Sindsdien zijn MSD Haarlem en Intervet onderdeel van MSD. Op 18 mei 2010 zijn alle werkgevers binnen het MSD-concern een sociaal plan (aangemeld als cao) overeengekomen. In artikel N wordt bepaald dat dienstjaren die zonder onderbreking zijn opgebouwd bij een rechtsvoorganger van werkgever of bij een vennootschap die deel uitmaakte van het toenmalig concern van de werkgever eveneens meetellen voor het aantal gewogen dienstjaren. Om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van werknemer te komen, is een vaststellingsovereenkomst opgesteld. De hoogte van de beëindigingsvergoeding conform het sociaal plan heeft Intervet gebaseerd op de periode dat werknemer bij Intervet in dienst is geweest (drie jaar en negen maanden). Kern van het geschil betreft de vraag of voor de berekening van de beëindigingsvergoeding de dienstjaren bij MSD Haarlem (1999 tot 2006) dienen te worden meegeteld. Werknemer stelt van wel, nu MSD als rechtsopvolger van Intervet kan worden aangemerkt, en MSD Haarlem in de periode 1999-2006 deel uitmaakte van het toenmalige concern van MSD.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vraag is of het na de fusie in 2009 tot stand gekomen Merck- of MSD-concern (hierna: MSD) aangemerkt kan worden als rechtsopvolger van Intervet. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Het komt aan op de uitleg van het sociaal plan, dat geen definitie van het begrip ‘rechtsopvolger’ geeft, zodat aansluiting dient te worden gezocht bij de betekenis van dit woord in het maatschappelijk verkeer. In het maatschappelijk verkeer wordt onder rechtsopvolging hoe dan ook een zekere overdracht van bepaalde rechten en of verplichtingen aan de rechtsopvolger verstaan. Dit impliceert noodzakelijkerwijs dat die rechten of plichten door de rechtsvoorganger moeten zijn afgestaan of verstrekt. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake is geweest. Daartegenover staat dat Intervet na de fusie tussen de holdings Schering-Plough Corporation en Merck & Co, Inc als separate juridisch zelfstandige vennootschap en arbeidsorganisatie is blijven voortbestaan, dat zij zelfstandig partij is geweest bij het sociaal plan en dat zij de vaststellingsovereenkomst met werknemer heeft gesloten en getekend. In dat licht is hetgeen werknemer heeft aangedragen onvoldoende om de conclusie te dragen dat MSD in het maatschappelijk verkeer als rechtsopvolger van Intervet geldt. Volgt afwijzing van de vordering.