Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Jeugdbelangen Liempde/werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 12 december 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:6796

Stichting Jeugdbelangen Liempde/werknemer

Na een melding van een vrijwilligster over negatieve uitlatingen door werknemer, had werknemer de gelegenheid moeten krijgen zich daarover uit te laten. Schending hoor en wederhoor en goed werkgeverschap. Afwijzing ontbindingsverzoek.

Werknemer is op 1 augustus 2012 in dienst getreden bij de Stichting Jeugdbelangen Liempde (hierna: de Stichting) als beheerder van het Pius X-complex. Er is gesproken over voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, waarbij het bestuur nog wel enige aandachtspunten voor werknemer heeft geformuleerd, bijvoorbeeld dat hij niet direct in de aanval moet gaan bij opmerkingen van bestuurders/gebruikers. Na het gesprek over de verlenging is het bestuur benaderd door een vrijwilligster die haar zorgen heeft geuit over uitlatingen die werknemer naar haar toe heeft gedaan. Werknemer zou tegen haar hebben gezegd: ‘Als ik mijn vaste aanstelling heb dan ga ik doen wat ik wil, het bestuur kan dan de boom in.’ Ook zou hij gezegd hebben: ‘Bestuur zijn allemaal sukkels, die hebben nergens verstand van. De penningmeester van de badminton is een zeikwijf. Ze heeft altijd iets te zaniken.’ Het bestuur heeft naar aanleiding van deze melding besloten dat zij de arbeidsverhouding met werknemer niet langer wenst te continueren. Thans verzoekt de Stichting ontbinding wegens een verstoorde arbeidsrelatie.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De Stichting had werknemer na de melding door de vrijwilligster in de gelegenheid moeten stellen zich daarover uit te laten, alvorens te beslissen of de in die melding weergegeven houding en gedrag zodanig zijn dat onherstelbaar afbreuk gedaan wordt aan het voor de arbeidsrelatie noodzakelijke vertrouwen. Het beginsel van hoor en wederhoor brengt dat mee. De Stichting heeft dat echter nagelaten en in plaats daarvan direct besloten het dienstverband met werknemer niet langer te continueren. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de Stichting enig onderzoek gedaan heeft om zich van de juistheid van de melding te vergewissen. De Stichting heeft niet als goed werkgever gehandeld. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.