Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 2 april 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:2163
werknemer/werkgeefster
Werknemer is tijdens het verrichten van sloopwerkzaamheden een bedrijfsongeval overkomen. Tijdens sloopwerkzaamheden is een splinter van een tegel door de handschoen van werknemer gedrongen, waardoor hij een snijwond heeft opgelopen. Als gevolg van een wondinfectie is dystrofie ontstaan dat uiteindelijk het hele lichaam heeft aangetast. Daardoor is werknemer ernstig geïnvalideerd. Werknemer stelt werkgeefster op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk. Uit de rapportage van een deskundige blijkt dat handschoenen met snijbestendigheid klasse 3 en hoger méér bescherming bieden dan de handschoenen die door werkgeefster aan werknemer ter beschikking waren gesteld.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voorzienbaar is dat bij de uitvoering van de aan werknemer opgedragen werkzaamheden letsel ontstaat door wegschietende tegelsplinters die de handschoen perforeren of doorsnijden. Nu dit voorzienbare risico zich heeft gerealiseerd en door werkgeefster aan werknemer, hoewel in de handel, geen handschoenen ter beschikking zijn gesteld die een betere bescherming tegen perforatie of doorsnijden bieden, heeft werkgeefster niet de maatregelen genomen ter bescherming van werknemer die redelijkerwijs nodig waren om te voorkomen dat werknemer schade lijdt. Dat de handschoenen die meer bescherming bieden tegen perforatie of doorsnijden redelijkerwijs niet ter beschikking gesteld konden worden, bijvoorbeeld vanwege de kosten, is niet gebleken. Werkgeefster heeft betwist dat de gevolgen van de verwonding voor haar voorzienbaar waren en aangevoerd dat deze niet (volledig) aan haar kunnen worden toegerekend. Dit verweer faalt. In het arrest van 25 juni 1993, NJ 1993/686 (JAR 1993/176) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat (samengevat) als een werkgever geen of niet voldoende veiligheidsmaatregelen met het oog op hem bekende gevaren (in dat geval asbestose en longkanker) heeft getroffen, de werkgever ook aansprakelijk is wanneer dit verzuim ertoe heeft bijgedragen dat een hem onbekend gevaar (in dat geval mesothelioom) gezondheidsschade bij een werknemer heeft veroorzaakt. In dit geval is, ook volgens werkgeefster, voorzienbaar het gevaar van snijwonden. Gelet hierop is werkgeefster aansprakelijk voor de volgens haar onbekende gezondheidsschade omdat dat verzuim van werkgeefster ertoe heeft bijgedragen dat het aan haar onbekende gevaar (in dit geval de gevolgen van dystrofie) gezondheidsschade bij werknemer heeft veroorzaakt.