Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 7 april 2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:3010
werknemer/Blanco Pro Cycling Team B.V.
Werknemer is in 2009 als beroepswielrenner in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) Blanco. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Beroepsrenners Nederlandse Wielerploegen 2010 tot en met 2012 van toepassing. De laatste overeenkomst die tussen partijen is gesloten betreft de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013. Op 21 oktober 2013 is aan werknemer zijn contract voor 2014 toegestuurd. Vanaf 1 januari 2014 is geen loon betaald. Vanaf 15 januari 2014 is werknemer op non-actief gezet. Werknemer vordert loonbetaling vanaf 1 januari 2014 en opheffing van de non-actiefstelling. Hij stelt onder verwijzing naar artikel 9 van de cao dat Blanco niet tijdig heeft meegedeeld dat de overeenkomst van 2012-2013 eindigde, zodat deze overeenkomst voor de duur van een jaar is voortgezet en Blanco werknemer op grond van deze overeenkomst het salaris van € 350.000 per jaar moet betalen. Het verweer van Blanco dat met werknemer een andersluidende afspraak is gemaakt faalt volgens werknemer op grond van artikel 12 WCAO.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vooralsnog is niet gebleken dat werknemer of Blanco de ander voor 1 oktober 2013 heeft geïnformeerd dat de overeenkomst ten einde zou komen. Een persbericht waarin staat dat de relatie met werknemer wordt voortgezet kwalificeert niet als zodanige mededeling. Uitgangspunt is dat de overeenkomst van 2012-2013 voor de duur van een jaar is voortgezet. Gelet op overgelegde verklaringen en Whatsapp-berichten, is de verwachting gewettigd dat, zoals ook door Blanco aangevoerd, tussen partijen voor de kennisgevingsdatum – 1 oktober 2013 – een overeenkomst tot stand is gekomen gelijk aan de overeenkomst 2012-2013 maar met een aanpassing van het jaarsalaris tot € 150.000. Het behoorde tot de contractsvrijheid van partijen om een nieuwe overeenkomst te sluiten. Het sluiten van deze overeenkomst, voor welke situatie de cao geen expliciete voorziening heeft getroffen, kan, anders dan werknemer heeft betoogd, niet als een van de cao afwijkend beding worden beschouwd en is voorts ook in overeenstemming met de strekking van de cao.
Blanco heeft evenwel salarisbetalingen nagelaten en werknemer op non-actief gezet, omdat werknemer in het trainingskamp niet fit bleek en omdat hij de nieuwe overeenkomst niet wilde tekenen en niet aan de UCI heeft gezonden. Werknemer heeft door na te laten de overeenkomst naar de UCI te sturen deelname aan koersen uitgesloten. In feite heeft hij daarmee zichzelf op non-actief geplaatst. Werknemer kon alleen nog trainingsarbeid verrichten. Niet gesteld of gebleken is dat werknemer zich op enig moment bij Blanco heeft gemeld en dat Blanco heeft geweigerd hem toe te laten. Onder deze omstandigheden is Blanco aan werknemer geen loon verschuldigd. Dat wordt anders als werknemer de nieuwe overeenkomst alsnog naar de UCI stuurt omdat hij dan weer koersgerechtigd is. Op dat moment zal Blanco de loonbetaling dienen te hervatten. De vordering tot opheffing van de non-activiteit wordt toegewezen en ten aanzien van de loonvordering wordt bepaald dat Blanco de salarisbetalingen moet hervatten zodra werknemer de nieuwe overeenkomst naar de UCI heeft gestuurd en hij alsdan weer koersgerechtigd is.