Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 22 april 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:1294
werknemer/Taxi-One BV
Werknemer is in juni 2010 in dienst getreden bij Taxi-One met een overeengekomen arbeidsduur van minimaal 4 en maximaal 40 uur per week. Op de arbeidsovereenkomst was de CAO Taxivervoer van toepassing. Begin augustus 2011 is de vader van werknemer overleden. In de daarop volgende periode heeft werknemer nog slechts incidenteel gewerkt. Eind september 2011 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen enerzijds werknemer, die werd vergezeld door zijn moeder, en anderzijds de heren Hummels en Kranenburg van de zijde van Taxi-One. Partijen verschillen van mening over hetgeen tijdens dit gesprek is besproken. Na dit gesprek is werknemer niet meer opgeroepen en heeft hij geen werkzaamheden meer verricht voor Taxi-One. Op 18 december 2011 is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Werknemer heeft zich met ingang van 5 augustus 2011 ziek gemeld bij het UWV. Per 18 december 2011 (datum einde dienstverband) is aan hem een ziektewetuitkering toegekend met als eerste ziektedatum 5 augustus 2011. Werknemer vordert loon vanaf 5 augustus 2011 tot einde dienstverband. In verband met deze vordering heeft werknemer op 1 maart 2012 een deskundigenverklaring aangevraagd bij het UWV als bedoeld in artikel 7:629a BW. Het UWV heeft de verklaring geweigerd aangezien het dienstverband van werknemer inmiddels was geëindigd en aan werknemer reeds een ziektewetuitkering was toegekend. De kantonrechter heeft de vordering van werknemer wegens het ontbreken van een 629a-verklaring afgewezen. Onder verwijzing naar HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2128, AR 2013-1019 stelt werknemer zich op het standpunt dat een andere verklaring – te weten die van zijn huisarts – in casu had moeten volstaan.
Het hof oordeelt als volgt. Voor het recht op loon bij arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 7:629 BW is in beginsel niet vereist dat de werknemer zich bij de werkgever ziek meldt. Of werknemer zich daadwerkelijk ziek heeft gemeld bij Taxi-One is derhalve niet van doorslaggevend belang voor de beoordeling van de vordering. Ter onderbouwing van zijn stelling dat hij vanaf 5 augustus 2011 ziek was, heeft werknemer een uitdraai overgelegd van zijn huisarts uit zijn medisch dossier. Het hof is van oordeel dat de door werknemer overgelegde medische informatie van zijn huisarts en de psychotherapeute, de door het UWV toegekende ziektewetuitkering, en de (dubbele) weigering van het UWV om een deskundigenverklaring af te geven om voormelde redenen, voldoende zijn voor het oordeel dat in redelijkheid niet van werknemer kan worden gevergd om alsnog een verklaring van een UWV-deskundige bij zijn loonvordering te voegen. Tevens is het hof van oordeel dat werknemer voldoende heeft aangetoond dat hij in de periode 5 augustus 2011 tot 18 december 2011 arbeidsongeschikt was en niet in staat was om zijn werk als taxichauffeur voor Taxi-One uit te voeren. Dat hij in augustus en september 2011 nog incidenteel heeft gewerkt doet hier niet aan af, gelet op de alleszins aannemelijke verklaring van werknemer dat hij het heeft geprobeerd maar dat het eenvoudigweg niet ging. De hoogte van het loon wordt conform de CAO Taxivervoer bepaald aan de hand van het gemiddeld aantal werkuren in de dertien weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid.