Naar boven ↑

Rechtspraak

X/kantonrechter
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 29 april 2014
ECLI:NL:RBDHA:2014:5260

X/kantonrechter

Beslissing kantonrechter om aan te vangen met de behandeling van zaak over naleving cao voor uitzendkrachten en de weigering om boekhouder het woord te geven, leveren geen grond voor wraking op.

Op 10 april 2013 heeft de stichting X gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van deze rechtbank, sector kanton, waarbij zij onder meer vordert X te veroordelen tot naleving van de cao voor uitzendkrachten. Op 5 september 2013 is de kantonrechter overgegaan tot een comparitie na antwoord. X heeft de kantonrechter ter comparitie gewraakt. Aan het wrakingsverzoek is ten grondslag gelegd dat de kantonrechter een paar minuten te vroeg aan de zitting is begonnen, waardoor X en zijn gemachtigde het begin van de zitting hebben gemist. De kantonrechter heeft zich op de comparitie denigrerend opgesteld door te vragen of de gemachtigde van X wel bekend is met de (proces)regels. Voorts heeft hij de met X meegekomen boekhouder niet aan het woord gelaten, terwijl de boekhouder de aangewezen persoon met deskundigheid is om op de stellingen van de wederpartij te reageren.

De wrakingskamer oordeelt als volgt. De beslissing om aan te vangen met de behandeling van de zaak zonder dat X daarbij aanwezig was, is een processuele beslissing. Dat geldt eveneens voor de weigering van de kantonrechter om de boekhouder van X het woord te geven. Dergelijke beslissingen leveren in het algemeen geen grond voor wraking op. Dit kan anders zijn wanneer er sprake is van bijzondere, bijkomende omstandigheden die grond geven te vrezen voor onpartijdigheid of die de schijn van vooringenomenheid wekken. Dergelijke omstandigheden zijn door X evenwel gesteld noch aannemelijk geworden. De kantonrechter betwist voorts dat hij zich neerbuigend zou hebben opgesteld. Uit het van de comparitie opgemaakte proces-verbaal volgt dat de kantonrechter de raadsman van X ter comparitie heeft gewezen op de procesregels. De wrakingskamer is van oordeel dat die enkele opmerking onvoldoende is voor het aannemen van vooringenomenheid. Afhankelijk van de exacte bewoordingen – die in deze procedure niet zijn vastgesteld – en de toon daarvan kunnen X en zijn raadsman het gevoel hebben gekregen niet correct te zijn bejegend. Een dergelijke bejegeningskwestie vormt echter geen grond voor wraking. Volgt afwijzing van het wrakingsverzoek.