Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 12 maart 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:2625
werkneemster/Seventh Oak B.V.
Werkneemster is als verkoopmedewerkster in dienst geweest van Seventh Oak. In 2006 is zij arbeidsongeschikt geworden, sinds 2008 ontvangt zij een WGA-uitkering en in 2009 is de arbeidsovereenkomst met Seventh Oak geëindigd. In 2010 is Seventh Oak veroordeeld tot betaling van € 7.259,88 bruto aan achterstallig loon over de periode van januari 2004 tot en met april 2008. Werkneemster heeft het UWV vervolgens verzocht om herziening van het dagloon met betrekking tot de WGA-uitkering, nu gebleken is dat zij over de periode van 1 januari 2004 tot 1 januari 2006 een te laag bedrag aan loon heeft ontvangen. Werkneemster is van mening dat het dagloon herzien dient te worden, ook al is de nabetaling daadwerkelijk genoten buiten de referteperiode. Dit verzoek heeft het UWV afgewezen, kort samengevat omdat het loon noch vorderbaar was in het refertejaar, noch – aangezien werkneemster tijdens het refertejaar in het geheel niet geprobeerd heeft het loon te innen –‘niet-inbaar’ was. Het dagloon is dan ook gebaseerd op de daadwerkelijke verdiensten in de referteperiode. Het beroep en bezwaar van werkneemster tegen dit besluit is ongegrond verklaard. In de onderhavige procedure vordert werkneemster schadevergoeding van Seventh Oak. Zij stelt dat zij door het niet tijdig betalen van het loon door Seventh Oak (art. 7:623 BW) uitkeringsschade heeft geleden. Deze uitkeringsschade is volgens werkneemster aan te merken als gevolgschade en staat in een zodanig verband met het verzuim van Seventh Oak dat deze aan Seventh Oak kan worden toegerekend (art. 6:98 BW).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verweer van Seventh Oak dat de vordering van werkneemster zou zijn verjaard, treft geen doel. De verjaringstermijn van vijf jaar (art. 3:310 BW) is gaan lopen na de beslissing op bezwaar van 27 september 2010 van het UWV. Werkneemster heeft (tijdig) op 21 november 2012 de inleidende dagvaarding uitgebracht. Ook het beroep op rechtsverwerking faalt. De kantonrechter begrijpt dat werkneemster wil stellen dat er sprake is van een conditio sine qua non-verband tussen het betalen van een te laag loon en het verkrijgen van een te lage uitkering, maar ook dat Seventh Oak de door werkneemster te lijden uitkeringsschade heeft kunnen voorzien. Geoordeeld wordt dat het vereiste causaal verband aanwezig is. Seventh Oak heeft de door Accens Accountants & Adviseurs B.V. in opdracht van werkneemster opgestelde berekening ter zake van de te weinig ontvangen uitkering onvoldoende gemotiveerd betwist. De berekening moet dus voor juist gehouden worden. Het door werkneemster gevorderde bedrag van € 2.703,53 wordt toegewezen.