Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Kabelomroep Zuid-Limburg, Lokale Omroep Maastricht/werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 10 april 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:3829

Stichting Kabelomroep Zuid-Limburg, Lokale Omroep Maastricht/werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst bureauredacteur Lokale Omroep Maastricht wegens verstoorde arbeidsrelatie na incident in redactievergadering en verdere houding en opstelling werknemer jegens het bestuur. Vergoeding € 4.500 bruto.

Werknemer is sinds 2007 in dienst van Lokale Omroep Maastricht (hierna: LOM). Laatstelijk is hij werkzaam in de functie van bureauredacteur/verslaggever. LOM verzoekt thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden. Daartoe wordt aangevoerd dat werknemer zich tijdens de redactievergadering van 11 februari 2014 in het bijzijn van collega’s ‘schreeuwend’ of in felle bewoordingen het vertrouwen in zijn leidinggevenden opzegde en zich ook overigens misdroeg. Voortzetting van de arbeidsrelatie is niet meer mogelijk in het licht van de gebeurtenissen tijdens de bewuste redactievergadering en gelet op de verdere houding en opstelling van werknemer, die telkens weer het functioneren van de hoofdredacteur en zelfs van het bestuur aan de orde stelt en geen oog heeft voor zijn eigen functioneren.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel partijen over de exacte gang van zaken tijdens de redactievergadering van mening verschillen, staat vast dat zich (in elk geval) een ernstig incident heeft voorgedaan waarin werknemer een hoofdrol vervulde en de gemoederen danig zijn verstoord. Uit de overgelegde stukken is bovendien gebleken dat werknemer volstrekt onvoldoende inzicht heeft in zijn eigen positie en de verhoudingen binnen de organisatie, en zijn hand ver heeft overspeeld. Anders dan LOM primair bepleit, vermag de kantonrechter de insubordinatie waarvan het gedrag van werknemer getuigt, niet als een dringende ontbindingsreden te kwalificeren. Weliswaar gaf werknemer er in de aanloop naar het ontbindingsverzoek onvoldoende blijk van het gezag van bestuur en hoofdredacteur te respecteren en slaagde hij er laatstelijk niet of onvoldoende in zijn kritiek op de gang van zaken in een passend (opbouwend in plaats van afbrekend) kader te zetten, ging hij hier en daar zelfs over de schreef, maar dat rechtvaardigt nog niet de conclusie dat hij LOM daarmee een dringende reden tot ontbinding verschafte. Desondanks is de vertrouwensbreuk waarop werknemer (mede) aangestuurd heeft, een feit en kan van LOM in redelijkheid niet gevergd worden de arbeidsrelatie met werknemer voort te zetten. De arbeidsovereenkomst wordt derhalve ontbonden. Hiervan valt ook LOM enig verwijt te maken. Het is immers de vraag of op het incident van 11 februari 2014 wel met gedwongen non-activiteit van werknemer en een extra onrust veroorzakend (onnodig lang durend en niet volstrekt neutraal) onderzoek van twee leden van het bestuur gereageerd had moeten worden. Er wordt een vergoeding toegekend van € 4.500 bruto.