Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 25 maart 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:3292
Bakkersland Kerkrade B.V./werknemer
Werknemer is op 14 augustus 1971 bij (de rechtsvoorgangster van) Bakkersland in dienst getreden. Laatstelijk is hij werkzaam in de functie van medewerker Bedrijfsbureau NOK 2. Op 5 maart 2013 is er een ‘Sociaal Plan voor de medewerkers van Bakkersland 2013-2014’ overeengekomen. Met ingang van 30 september 2013 is werknemer als gevolg van een reorganisatie boventallig verklaard. Thans verzoekt Bakkersland ontbinding van de arbeidsovereenkomst, onder toekenning van een vergoeding conform het sociaal plan (€ 120.000).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat de functie van medewerker bedrijfsbureau NOK2 binnen Bakkersland nog bestaat. De door werknemer vervulde taken zijn deels – door het overgedragen van enkele taken aan het hoofdkantoor – in Kerkrade komen te vervallen en deels herverdeeld over verschillende medewerkers. Dat is een welbewust en eenzijdig genomen besluit van Bakkersland, dat met de vereiste zorgvuldigheid en met inachtneming van het medezeggenschapstraject tot stand is gekomen. De arbeidsovereenkomst wordt derhalve ontbonden. Bakkersland stelt dat werknemer op basis van artikel 22 lid 2 sociaal plan in aanmerking zou komen voor een vergoeding van € 150.635 bruto (48,5 gewogen dienstjaren x een maandinkomen van € 4.141,18 x C=0,75). Conform het bepaalde in lid 5 van dat artikel wordt de voor werknemer geldende vergoeding gemaximeerd op € 120.000. Werknemer heeft aangevoerd dat deze vergoeding te laag is, onder meer omdat hij veel verdriet en smart heeft van de situatie. Geoordeeld wordt dat van een evident onbillijke situatie die tot afwijking van het sociaal plan (een cao) noopt geen sprake is. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden onder toekenning van een vergoeding van € 120.000 en (ook op grond van het sociaal plan) een vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand van € 750.