Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Hanos Heerlen B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 5 juni 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:4979

werknemer/Hanos Heerlen B.V.

Dat werknemer de eerste drie maanden bij nieuwe werkgever een interne opleiding heeft gevolgd en geen contact heeft gehad met klanten, weegt niet mee in belangenafweging in kader van schorsing concurrentiebeding.

Werknemer is op 4 februari 2013 in de functie van junior accountmanager in dienst getreden van Hanos. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. De arbeidsovereenkomst is op 4 februari 2014 geƫindigd. Op 10 maart 2014 is werknemer in dienst getreden bij Deli XL (hierna: Deli). Hanos en Deli zijn ieder een groothandel op het gebied van onder meer (fresh) food en non-food en zij bedienen onder meer (potentiƫle) klanten in de horeca, catering, bedrijvensector en instellingen. Hanos en Deli zijn dus directe concurrenten van elkaar. Werknemer vordert vernietiging dan wel schorsing van het concurrentiebeding.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Het karakter van een kort geding, dat strekt tot het treffen van een voorlopige voorziening, verzet zich tegen het geven van een declaratoire beslissing. De vordering tot vernietiging van het concurrentiebeding wordt derhalve afgewezen. Aannemelijk is dat werknemer om zijn functie van accountmanager behoorlijk te kunnen uitoefenen, moest (kunnen) beschikken over bedrijfsgevoelige informatie van Hanos. Vooralsnog is dan ook onaannemelijk dat werknemer nauwelijks op de hoogte was van specifieke klant- en/of bedrijfsgegevens van Hanos, een stelling die werknemer ook niet nader heeft onderbouwd. Het feit dat werknemer slechts ruim tien maanden als junior accountmanager in dienst van Hanos werkzaam is geweest, maakt dit niet anders. Hanos heeft een zwaarwegend belang werknemer te houden aan zijn non-concurrentiebeding. Dat werknemer zijn positie bij Deli heeft kunnen verbeteren is onvoldoende gebleken. Dat werknemer de eerste drie maanden van zijn dienstverband bij Deli een interne opleiding heeft gevolgd en toen geen contact met klanten van Deli heeft gehad, is geen omstandigheid die bij de belangenafweging een rol kan spelen. Dit feit laat onverlet dat de door werknemer bij Hanos verkregen vertrouwelijke bedrijfsinformatie toch bij de concurrent van Hanos kan zijn terechtgekomen, waartegen nu juist het concurrentiebeding bescherming beoogt te bieden. De kans dat het non-concurrentiebeding in een bodemprocedure in stand zal worden gelaten acht de voorzieningenrechter op dit moment beduidend groter dan dat aan dit beding de werking zal worden ontnomen. Er bestaat thans dan ook onvoldoende aanleiding om het beding bij wege van voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk te schorsen ten gunste van werknemer.