Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 28 mei 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:4425
Nederlands Centrum voor Interim-Management B.V./werknemer c.s.
Werknemer is sinds 30 maart 2012 in dienst van NCIM als software engineer. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. Brainnet is een klant van NCIM. Werknemer is door Brainnet ingeleend. Een door Brainnet telefonisch gedaan verzoek om akkoord te gaan met de indiensttreding van werknemer bij Brainnet is door NCIM afgewezen. Per e-mail aan NCIM van 29 april 2014 te 17:06 uur heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst tegen 1 juni 2014 opgezegd. Twee minuten later heeft Brainnet per e-mail de werkopdracht op basis waarvan werknemer bij haar werkzaam was opgezegd. NCIM vordert werknemer te verbieden met ingang van 1 juni 2014 activiteiten en/of werkzaamheden te verrichten en/of contact te hebben met Brainnet anders dan uit hoofde van de uitvoering van de opdrachtovereenkomst tussen NCIM en Brainnet. Daarnaast vordert NCIM betaling van verbeurde boetes. Voorts vordert NCIM Brainnet te verbieden werknemer (anders dan uit hoofde van de uitvoering van de opdrachtovereenkomst met NCIM tot 1 juni 2014) per 1 juni 2014 activiteiten en/of werkzaamheden voor haar te laten verrichten en/of met haar contact te hebben.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Brainnet heeft de overeenkomst met NCIM rechtsgeldig opgezegd. Vast staat dat NCIM aan Brainnet het recht heeft gegeven om de deskundige die zij van NCIM betrekt, na afloop van de overeenkomst tussen Brainnet en NCIM, zelf in vaste dienst te nemen. Het voornemen van Brainnet om werknemer per 1 juni 2014 in dienst te nemen of hem rechtstreeks opdracht te geven zonder tussenkomst van NCIM is onder deze omstandigheden niet onrechtmatig. Het gevorderde verbod ten aanzien van Brainnet wordt afgewezen.
Werknemer voert aan dat het relatiebeding in strijd is met het bepaalde in artikel 9a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Deze op Richtlijn 2008/104 EG gebaseerde regel heeft ten doel de toegang van de gedetacheerde werknemer tot vast werk te vergroten. Werknemer had echter bij NCIM ook ‘vast werk’, nu hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had. Het concurrentiebeding is niet in strijd met artikel 9a Waadi. Het is werknemer, gelet op het relatiebeding, niet toegestaan per 1 juni 2014 (rechtsreeks) voor Brainnet te gaan werken. De gevorderde matiging van de boete wordt afgewezen. Het gevorderde bedrag (€ 12.750 per 1 juni 2014) komt niet onredelijk voor. Het enkele feit dat een derde (Brainnet) € 10.000 aan NCIM moet betalen staat los van de verplichtingen van werknemer de boete te voldoen bij overtreding en deze omstandigheid maakt de bedongen boete niet onaanvaardbaar hoog.