Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 11 juni 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:2353
POSG Professionals B.V./werknemer
Werknemer (52 jaar) is sinds 2002 in dienst van Joulz, een dochteronderneming van Eneco. In verband met een reorganisatie bij Eneco is het Sociaal Plan 2009-2010 overeengekomen. In 2010 is werknemer door Joulz boventallig verklaard. Op grond van het sociaal plan is werknemer in het kader van ‘van werk naar werk’ op 1 oktober 2010 in dienst getreden van POSG. Thans verzoekt POSG ontbinding van de arbeidsovereenkomst. POSG heeft eind 2013 bij alle oud-werknemers van Joulz die nog geen baan hebben gevonden het dossier doorgenomen. Zij heeft de door deze oud-werknemers gepleegde inspanningen op het vinden van nieuwe baan beoordeeld. Werknemer behoort tot een groep van werknemers die geen blijk geeft zich daadwerkelijk te willen inspannen voor het vinden van een andere dienstbetrekking. Ook is werknemer inmiddels ongeveer 3½ jaar in dienst bij POSG met doorbetaling van het salaris (indirect door Joulz), nog steeds niet bereid enige concessie te doen, terwijl na een jaar – kort gezegd – alle arbeid passend is.
De kantonrechter is van oordeel dat POSG niet aannemelijk heeft gemaakt dat werknemer eind december 2013 kon worden verweten zich niet voldoende te hebben ingespannen om een nieuwe baan te vinden. Op 14 februari 2013 respectievelijk 7 mei 2013 zijn aan werknemer namelijk nog groene kaarten uitgedeeld. Deze kaarten worden slechts verstrekt indien de medewerker een voldoende inzet vertoont en kan slagen ander werk te vinden. Voorts is gesteld noch gebleken dat werknemer vanaf het moment van indiensttreding tot het gesprek op 23 januari 2014, waarbij POSG heeft gemeld dat de huidige situatie niet kon voortduren en werknemer vervolgens een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan, ooit een gele kaart ontvangen heeft (deze wordt verstrekt indien de medewerker onvoldoende inzet toont) of anderszins door POSG is aangesproken vanwege het niet voldoen aan zijn inspanningsverplichting. Ter zitting heeft POSG nog aangevoerd dat er inmiddels sprake is van een wanverhouding tussen het beoogde doel om werknemer te begeleiden van werk naar werk en de (indirect door Joulz/Eneco) betaalde kosten van 3½ jaar intensive begeleiding en doorbetaling van het salaris van werknemer. POSG gaat daarmee echter volledig voorbij aan de (door Joulz/Eneco) nadrukkelijk onder ogen geziene situatie dat bij voldoende inzet van de werknemer het begeleidingstraject kan doorlopen tot aan de pensioendatum. De kantonrechter kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat na afwijzing door werknemer van de minnelijke regeling POSG heeft aangestuurd op een conflict met werknemer. Voor wat betreft de specifieke ontslaggrond van het zich niet voldoende inspannen om werk te vinden of het niet willen aanvaarden van een aanbod van passend werk geldt dat het sociaal plan een speciale regeling kent (met een voor partijen bindende rol van de Toetsingscommissie), die uiteindelijk ook tot ontslag (rode kaart) van werknemer kan leiden. POSG heeft van deze speciale procedure geen dan wel onvoldoende (zorgvuldig) gebruik gemaakt. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.