Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 april 2013
ECLI:NL:RBZWB:2013:3374

werkneemster/werkgever

Werkneemster neemt ontslag op staande voet en vordert gefixeerde schadevergoeding. Gefixeerde schadevergoeding bedraagt loon over opzegtermijn die voor tussentijdse opzegging van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is overeengekomen (één maand).

Op 17 april 2008 is werkneemster in de functie van algemeen productiemedewerkster in dienst getreden van j2T. Na ontbinding van j2T heeft werkgever de onderneming voortgezet. Sedert 1 november 2011 is werkneemster bij hem in dienst in de functie van oproepkracht voor 10 tot 15 uren per week. Over de maanden december 2011 tot en met juli 2012 is een achterstand ontstaan in de loonbetalingen en vakantiegeld van in totaal € 3.738 bruto. Ondanks sommatie heeft werkgever niet betaald, waarna werkneemster op 16 juli 2012 ontslag op staande voet heeft genomen. Naast achterstallig salaris, vakantiegeld en de wettelijke verhoging daarover maakt werkneemster aanspraak op schadevergoeding bestaande uit het in geld vastgesteld loon over een periode van drie maanden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het gevorderde achterstallig loon is door werkgever niet betwist en wordt toegewezen. Werkneemster vordert ook gefixeerde schadevergoeding. In dit verband wordt geoordeeld dat werkneemster een dringende reden had voor de onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster motiveert niet waarom de schadevergoeding moet worden vastgesteld op drie maanden loon. Op grond van artikel 7:680 BW is de gefixeerde schadevergoeding gelijk aan het loon over de opzegtermijn. Werkneemster is op 17 april 2008 bij j2T in dienst getreden en heeft ontslag genomen bij werkgever op 16 juli 2012. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst die werkneemster met j2T met ingang van 17 april 2008 voor de bepaalde tijd van een jaar is aangegaan, is een opzegtermijn voor tussentijdse opzegging opgenomen van een maand. Deze overeenkomst is door werkgever voortgezet. Op grond van artikel 7:672 BW bedraagt de opzegtermijn één maand bij een dienstverband dat korter dan vijf jaar heeft geduurd. De periode dat werkneemster bij werkgever in dienst is geweest heeft, ook als het volledige dienstverband bij j2T wordt meegerekend, korter geduurd dan vijf jaar, zodat de opzegtermijn één maand bedraagt. Dat brengt met zich dat de gefixeerde schadevergoeding gelijk is aan één maandloon.