Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 3 juni 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:6661
werkneemster/Ericsson Telecommunicatie B.V.
Werkneemster is in dienst van Ericsson. Laatstelijk is zij werkzaam in de functie Customer Projectmanager. Op 2 april 2012 heeft zij zich ziek gemeld. Tussen partijen is in geschil of werkneemster vanaf 19 maart 2014 haar aanspraak op loon heeft verloren op grond van artikel 7:629 lid 3 aanhef en onder d BW, hetgeen volgens Ericsson in de onderhavige situatie het geval is, nu werkneemster geweigerd heeft een medische machtiging te ondertekenen en daarmee in feite de bedrijfsarts verhinderd heeft om haar de noodzakelijke toegang te geven tot het medisch dossier van werkneemster.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De bedrijfsarts heeft aangegeven meer informatie nodig te hebben van de behandelaar van werkneemster teneinde een zorgvuldig oordeel te kunnen geven over terugkeer naar het werk en onder welke condities. Vast is komen te staan dat werkneemster heeft geweigerd de medische machtiging te ondertekenen, terwijl Ericsson haar wel op die verplichting heeft gewezen. Deze verplichting kan worden aangemerkt als een redelijk voorschrift als bedoeld in artikel 7:629 lid 3 aanhef en onder d BW. Van de werknemer mag immers verwacht worden dat deze meewerkt aan een (nader te verrichten) onderzoek (door de bedrijfsarts) dat dient voor het vergaren van de benodigde informatie die vervolgens als input kan dienen voor hetzij een plan van aanpak hetzij voor het bepalen van de te nemen stappen op het gebied van re-integratie. In dat verband moet het de bedrijfsarts niet alleen mogelijk worden gemaakt om inzage te krijgen in het (schriftelijk) medisch dossier van werkneemster maar daarnaast moet ook het mondeling overleg tussen de bedrijfsarts en de behandelaar mogelijk gemaakt worden. Werkneemster heeft er weliswaar op gewezen dat zij geen enkel vertrouwen (meer) heeft in de bedrijfsarts, maar daadwerkelijk goede gronden voor dit standpunt zijn niet aannemelijk geworden. Wat daarvan ook zij, dit enkele feit is voor een werknemer onvoldoende om helemaal geen medewerking te verlenen aan het afgeven van een medische machtiging, dan wel levert dit onvoldoende grond op om slechts in beperkte mate medewerking te verlenen onder uitsluitend door werkneemster te bepalen voorwaarden. Er is dan ook voorshands geen goede reden gebleken of aannemelijk geworden waarom van werkneemster niet gevergd kon worden de medische machtiging te ondertekenen. Volgt afwijzing van de loonvordering.