Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 10 juni 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:1857

werknemer/werkgever

All-inloon voor een gemiddelde werkweek van 60 uur. Geen strijdigheid noch omkering van de bewijslast op grond van Arbeidstijdenwet. Geen recht op vergoeding overuren.

Werknemer is op 1 januari 2009 in dienst getreden van werkgever (een handelaar in bloemen) in de functie van chauffeur/verkoper. De CAO voor de Groothandel in Bloemen en Planten (hierna te noemen: de cao) is per

13 januari 2012 algemeen verbindend verklaard. Het laatstgenoten salaris bedroeg € 2.300 netto, ofwel € 3.385,50 bruto, per maand. Werknemer vordert in deze procedure diverse bedragen aan niet uitbetaald loon. Daartoe stelt hij zich op het standpunt dat hij gemiddeld per week zeven overuren heeft gewerkt zonder een vergoeding te ontvangen.

Het hof oordeelt als volgt. In artikel 4 van de conceptarbeidsovereenkomst van partijen en de uitgewerkte versie daarvan, staat vermeld dat in het salaris ‘alle overuren bij het loon [zijn] inbegrepen. Er worden dus geen overuren uitbetaald’ en verder in de tweede versie, naar aanleiding van een opmerking op de eerste versie, is opgenomen dat de werkweek maximaal 60 uur bedraagt. Beide versies zijn weliswaar door werknemer niet ondertekend, maar zijn, naar het oordeel van het hof, wel een indicatie, zeker de aangepaste, tweede versie, voor wat hetgeen partijen voor ogen stond. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter, tegen de achtergrond van het voorgaande, werknemer dan ook terecht met het bewijs van zijn stellingen als hier bedoeld (overeengekomen werkweek van 48 uur met feitelijke werkweek van 55 uur, en dat dit zeven uit te betalen overuren per week zou opleveren) belast. Voor een andere bewijslastverdeling is geen enkel aanknopingspunt aanwezig. Van schending van artikel 5:7 lid 2 aanhef en onder b Arbeidstijdenwet (maximale arbeidsduur 60 uur) is geen sprake. Het hof is van oordeel dat uit de verklaringen van getuige Z en H voorts blijkt dat met werknemer een ‘all-in’-loon was overeengekomen waarbij geen aanspraak kon worden gemaakt op uitbetaling van gewerkte overuren, hetgeen gelet op de functie van werknemer in deze branche ook gebruikelijk was. Nu ervan moet worden uitgegaan dat partijen een all-inloon zijn overeengekomen zonder overwerkvergoeding, bestaat, behoudens bijzondere omstandigheden die zijn gesteld noch gebleken, ook wanneer wordt uitgegaan van een arbeidsovereenkomst voor gemiddeld 48 uur per week en een feitelijke werkweek van gemiddeld 55 uur, geen aanspraak (achteraf) op vergoeding van het verschil van zeven uren tussen beide.