Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 juli 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:4194
werknemer/Bangarage B.V.
Werknemer is sinds 2009 in dienst van Bangarage. Sinds 15 juni 2012 is hij arbeidsongeschikt. In de periode daarna heeft hij in het kader van re-integratie passend werk verricht. Op 18 december 2013 heeft werknemer zich opnieuw ziek gemeld. In een deskundigenoordeel van het UWV is op 14 maart 2014 vastgesteld dat de werkzaamheden van werknemer op 18 december 2013 passend voor hem waren. Werknemer is op 31 maart 2014 opgeroepen het passende werk te hervatten. Per 1 april 2014 is de loondoorbetaling gestopt vanwege schending van re-integratieverplichtingen en het te laat aanvragen van de WIA-uitkering (art. 7:629 lid 3 onder c en f BW). Werknemer heeft een loonvordering ingesteld.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het eerste geschilpunt betreft de vraag of werknemer op 18 december 2013 arbeidsgeschikt was. Bangarage stelt van wel en wijst op het oordeel van de bedrijfsarts en het deskundigenoordeel. Desondanks wordt geoordeeld dat werknemer op 18 december 2013 wel degelijk arbeidsongeschikt was. De bedrijfsarts heeft zijn oordeel over de toestand van werknemer op 18 december 2013 gebaseerd op zijn oordeel na de telefonische consultatie van 10 december 2013, terwijl op basis van het eerdere ziekteverloop toch niet viel uit te sluiten dat zich nieuwe gezondheidsproblemen voordeden. Bangarage kan niet verklaren waarom de bedrijfsarts werknemer niet opnieuw heeft opgeroepen. Bangarage voert weliswaar terecht aan dat zij geen grip heeft op de uitvoering van de werkzaamheden van de bedrijfsarts, maar zij miskent wel verantwoordelijk te zijn voor de manier waarop hij zijn overeenkomst met haar vorm geeft. Het deskundigenoordeel maakt het bovenstaande niet anders. Vast staat dat het UWV in het kader van het oordeel geen eigen medisch onderzoek heeft uitgevoerd en werknemer zelfs niet heeft gezien. De loonstop is zonder toereikende grond opgelegd, zodat de loonvordering over de periode van 31 maart tot en met 31 mei 2014 wordt toegewezen. Het tweede geschilpunt betreft de vraag of Bangarage de loonstop van artikel 7:629 lid 3 onder f BW terecht heeft toegepast. Uitgangspunt is dat het op de weg van werknemer ligt om de WIA-aanvraag te doen. In het kader van dit geding kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld welke partij in gebreke is gebleven met de tijdige toezending aan het UWV van de benodigde informatie. Bovendien is tegen de loonsanctie van het UWV bezwaar gemaakt, waarop nog niet is beslist. De loonvordering wordt tot en met september 2014 toegewezen.