Naar boven ↑

Rechtspraak

Hema B.V./werkneemster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 16 juli 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:6408

Hema B.V./werkneemster

Servicemedewerkster Hema tekent na een gesprek van 2,5 uur – zonder dat zij juridisch is bijgestaan – een schuldbekentenis waaruit volgt dat zij heeft gefraudeerd en een bedrag van € 36.500 zal terug betalen. Beroep op misbruik van omstandigheden slaagt.

Werkneemster is vanaf 1988 tot 2012 in dienst geweest van Hema, laatstelijk als medewerker service. Op basis van de gegevens van een intern onderzoek bij Hema hebben de landelijk HR-functionaris en de bedrijfsrechercheur namens Hema op 10 februari 2012 werkneemster in het filiaal Maastricht geconfronteerd met de verdenking van het wegnemen van geld uit de kassa in combinatie met ‘het onrechtmatig aanmaken van retourbonnen’. Werkneemster is in het gesprek niet door een derde bijgestaan. Het verslag bevat op de vierde pagina een schuldbekentenis voor een bedrag van € 36.500. Een aantal dagen na het gesprek heeft werkneemster afstand gedaan van de schuldbekentenis. Zij heeft zich op misbruik van omstandigheden beroepen. Hema vordert betaling van het bedrag van € 36.500.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster heeft niet betwist dat zij ongeveer drie jaar lang retourbonnen verkeerd heeft aangeslagen en zich het geld heeft toegeëigend. Ten aanzien van de schuldbekentenis heeft werkneemster terecht verwezen naar de vrijwel identieke V&D-zaak (zie AR 2012-0114) en moet ‘de schuldbekentenis’ voor zover het de uitgesproken bereidverklaring tot betaling van een bedrag van € 36.500 aan schadevergoeding betreft, vernietigd althans buiten toepassing gelaten worden. De ongelijkwaardige positie van partijen speelt ook hier een dominante rol. Tegenover het feit dat werkneemster veel volwassener en ervarener was dan de V&D-verkoopster, staat het onmiskenbare feit dat werkneemster een verre van onbeschreven blad was wat haar ziektehistorie en medicijngebruik betreft. Dat het ‘gesprek’ (verhoor) 2½ uur en niet een kwartier duurde, wordt in belangrijke mate verklaard door de ontreddering die bij werkneemster waarneembaar geweest moet zijn en de daardoor veroorzaakte pauzes in de confrontatie, maar accentueert tegelijkertijd de druk die op haar gelegd werd doordat zij bij niemand te rade kon gaan, tegenover twee goed voorbereide en als enige gespreksdeelnemers over het onderzoeksmateriaal beschikkende functionarissen. Extra bezwarend en panikerend voor de aldus met de pijnlijke ontdekking van haar wandaden geconfronteerde werkneemster was dat zij tevoren zelfs niet geïnformeerd was over doel en strekking van het ‘gesprek’. Het had op de weg gelegen van Hema (als goed werkgeefster) werkneemster na vastlegging van een aantal hoofdzaken omtrent haar wangedrag te adviseren alsnog de bijstand van een deskundige in te roepen voor overleg over de aan de bekentenis te verbinden consequenties. Door dat na te laten en als extraatje van werkneemster directe ondertekening van een ‘schuldbekentenis’ met betalingsverplichting te verlangen, heeft Hema onvoldoende recht gedaan aan de rechten van de werkneemster op zorgvuldige afhandeling van deze pijnlijke affaire. Het bedrag dat zich (thans nog) voor vergoeding (evt. op basis van een nader te treffen betalingsregeling) leent, wordt bepaald op € 10.000. Meegewogen wordt dat het redelijk is een deel van de fraude gedurende de periode van drie jaar voor rekening van Hema te laten, omdat Hema mede de verantwoordelijkheid draagt dat nooit tussentijds is ingegrepen.