Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 juli 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:4000
werknemer/Sonneborn Refined Products B.V.
Werknemer is sinds 1996 in dienst van Sonneborn, die halffabricaten produceert en verkoopt. Sinds 2005 is werknemer statutair directeur. Bij brief van Sonneborn van 25 juni 2013 heeft werknemer een uitnodiging ontvangen voor een buitengewone vergadering van aandeelhouders op 29 juli 2013 (hierna: de AVA), waarin het ontslag van werknemer stond geagendeerd. Op 26 juni 2013 heeft de advocaat van werknemer laten weten dat werknemer niet aanwezig kan zijn in verband met vakantie van 20 juli 2013 tot en met 5 augustus 2013. Ondanks diverse verzoeken is geen alternatieve datum vastgesteld. Op 29 juli 2013 heeft de AVA plaatsgevonden. Het verzoek van de advocaat van werknemer om de AVA bij te mogen wonen, is afgewezen. Op 2 augustus 2013 is werknemer medegedeeld dat hij door de AVA is ontslagen en dat zijn arbeidsovereenkomst tegen 1 december 2013 wordt opgezegd. Werknemer stelt dat het ontslag onregelmatig is en vordert gefixeerde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt als volgt. Door het besluit van de AVA op 29 juli 2013 heeft werknemer weliswaar de hoedanigheid van bestuurder van de vennootschap op die datum verloren, maar de dienstbetrekking van werknemer eindigt pas door opzegging tegen het einde van de maand, met inachtneming van een termijn van vier maanden, waarbij de opzegtermijn is gaan lopen op het moment dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst werknemer ook daadwerkelijk heeft bereikt. De stelling van Sonneborn dat de opzegtermijn is gaan lopen vanaf de datum waarop de AVA plaatsvond is onjuist. De opzegtermijn is gaan lopen vanaf de datum van ontvangst van de opzeggingsbrief op 2 augustus 2013. Ten onrechte is opgezegd tegen 1 december 2013 in plaats van tegen 1 januari 2014. Sonneborn heeft zich nog beroepen op artikel 3:37 lid 3 BW, omdat werknemer ruim een maand van tevoren op de hoogte was van de AVA en er zelf voor heeft gekozen om niet bij de AVA te zijn. Het beroep op artikel 3:37 BW faalt. Aangenomen wordt dat de AVA vervroegd had kunnen worden en dat Sonneborn de advocaat van werknemer op de AVA had kunnen toelaten. Sonneborn had de opzeggingsbrief ook uiterlijk 31 juli 2013 kunnen (laten) bezorgen of de advocaat van werknemer over de opzegging kunnen informeren. Het verleende ontslag is onregelmatig. Nu Sonneborn schadeplichtig heeft opgezegd, kunnen geen rechten worden ontleend aan het overeengekomen concurrentiebeding.