Naar boven ↑

Rechtspraak

Mourik Vlissingen B.V./werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 14 januari 2013
ECLI:NL:RBZWB:2013:159

Mourik Vlissingen B.V./werknemer

Studiekostenovereenkomsten voor mts-opleiding en modules leidinggeven voldoen aan criteria Van Opzeeland-arrest, zodat na opzegging door werknemer in totaal € 5.800,33 aan studiekosten moet worden terugbetaald.

Werknemer is in dienst geweest van Mourik. Mourik heeft studiekosten vergoed voor de opleidingen Technisch middenkader WEI (mts-opleiding), Praktisch Leidinggeven module 1 en Praktisch Leidinggeven module 2. Voorafgaand aan deze opleidingen hebben partijen telkens schriftelijk een studiekostenovereenkomst gesloten. Deze overeenkomsten bevatten een beding dat de studiekosten bij ontslagname door de werknemer worden terugbetaald, en wel naar rato van de tijd die is verstreken na het einde van de studie of cursus. Nadat werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, heeft Mourik een bedrag van € 5.800,33 aan studiekosten teruggevorderd. Werknemer weigert tot betaling over te gaan.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De studiekostenovereenkomsten dienen te voldoen aan de eisen die de Hoge Raad in het Opzeeland-arrest (HR 10 juni 1983, NJ 1983, 796) heeft gesteld. Aan deze vereisten is in dit geval voldaan. De overeenkomst van 2006 voor de mts-opleiding kent een lineaire schaal van vier jaar. De beide overeenkomsten voor de modules Praktisch Leidinggeven hebben een lineaire schaal van drie jaren. De overeenkomsten zijn voorts schriftelijk en vooraf aangegaan. Thans, achteraf, kan nog slechts worden getoetst of de onverkorte uitvoering van de studiekostenovereenkomsten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (Hof Den Haag 17 februari 2009, RAR 2009, 101). Werknemer heeft aangevoerd dat veel bedrijven een terugbetalingsregeling kennen die na twee jaar eindigt, of maximaal na drie jaar. Hij zou het veel redelijker vinden om niets te hoeven terugbetalen van de studiekosten van zijn mts-opleiding, of maximaal een vierde. Niet aan de orde is wat redelijker zou zijn. Werknemer heeft zich vooraf gebonden aan de studiekostenovereenkomst. Achteraf kan gelet op het voorgaande niet worden gezegd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat hij thans nog de helft van de studiekosten van de mts-opleiding moet terugbetalen. Anders dan werknemer stelt, heeft hij wel degelijk de mogelijkheid gehad de modules Praktisch Leidinggeven niet te volgen. Ook hier geldt dat niet aan de orde is wat redelijker zou zijn. Werknemer heeft zich vooraf gebonden aan de studiekostenovereenkomsten voor de modules. Achteraf kan gelet op het voorgaande niet worden gezegd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat hij thans van de eerste module nog tweede derde van de studiekosten moet terugbetalen en van de tweede alle studiekosten. Volgt toewijzing van de vordering.