Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/G4S Aviation Security B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 8 augustus 2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:7731

werknemer/G4S Aviation Security B.V.

Ontslag op staande voet Apollo Agent Schiphol niet rechtsgeldig. Dat werknemer zich bij het verwerken van bagage schuldig heeft gemaakt aan grove nalatigheid is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Niet voldaan aan onverwijldheidsvereiste/gelijktijdige mededeling.

Werknemer is sinds juli 2008 in dienst van G4S als Apollo Agent op Schiphol. Werknemer screent op afstand ruimbagage in een screeningroom waarin enige collega’s hetzelfde soort werk doen. Als voor een koffer of tas geen groen licht wordt gegeven, wordt die bagage naar een tweede depotruimte getransporteerd voor nadere screening, de final examination. Op 15 april 2014 is tijdens de dienst van werknemer een storing opgetreden bij de final examination. Als gevolg van die storing konden 150 stuks bagage niet mee met de betreffende vlucht. Op 16 april 2014 is werknemer geschorst. Op 22 april 2014 heeft G4S werknemer mondeling op staande voet ontslagen. Uit een brief gedateerd op 22 april 2014 volgt dat werknemer volgens G4S tegen de geldende regels in en vrijwel continu met zijn telefoon bezig is geweest waardoor werknemer bagage niet heeft gecontroleerd, het aanbod van bagage te groot werd en het systeem is vastgelopen. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag. Hij stelt dat de dringende reden ontbreekt en niet aan het onverwijldheidsvereiste is voldaan.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit niets blijkt dat de ontslagbrief eerder dan 30 april 2014 door werknemer is ontvangen. Op 25 april 2014 is de nietigheid van het mondeling gegeven ontslag ingeroepen. Nu het incident op 15 april 2014 plaatsvond, is het ontslag met de mededeling van de dringende reden niet onverwijld gegeven. Bovendien is de dringende reden onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het kan zo zijn dat werknemer een fout heeft gemaakt, dat hij zich wellicht heeft laten afleiden door een bijzondere omstandigheid – een mogelijke spoedopname van een ziek kind – die G4S overigens niet heeft betwist, maar dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan een grove nalatigheid heeft G4S niet aannemelijk kunnen maken. De stelling dat de storing door toedoen van werknemer is ontstaan heeft G4S helemaal niet onderbouwd. G4S heeft evenmin met stukken onderbouwd dat zij schade heeft geleden en tot welk bedrag. G4S heeft niet betwist dat het hier een incident betrof en dat zij werknemer op 16 april 2014 nog een verbetertraject heeft aangeboden. Dat ondergraaft het standpunt van G4S ter zake van de ernst van het verwijt dat zij werknemer nu maakt en niet valt in te zien waarom werknemer niet meer valt te handhaven op het werk. Dit gevoegd bij de eveneens onbetwist gebleven stelling van werknemer dat tot het incident toe sprake was van een vlekkeloos dienstverband en gelet op de verstrekkende gevolgen van de door G4S genomen maatregel van ontslag op staande voet binnen de branche waar werknemer nu al jaren werkzaam in is, komt de kantonrechter tot het oordeel dat het ontslag in een bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk geen stand zal houden.