Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Kwadrantgroep
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 11 juli 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:3938

werknemer/Stichting Kwadrantgroep

Geschil over diverse vorderingen na einde dienstverband lid raad van bestuur. Werknemer heeft na betaling van vergoeding van € 568.117,80 door werkgever slechts nog recht op uitbetaling vakantiedagen.

Werknemer is in dienst bij Kwadrantgroep, laatstelijk in de functie van lid van de raad van bestuur. Eind 2012 heeft Kwadrantgroep aan werknemer kenbaar gemaakt dat zij de arbeidsovereenkomst met hem wenst te beëindigen. Partijen hebben vervolgens met elkaar overlegd over de voorwaarden waaronder beëindiging van de arbeidsovereenkomst zou moeten plaatsvinden. Kwadrantgroep heeft op 26 mei 2013 een ontbindingsverzoek ingediend. In het verweerschrift wordt aan de kantonrechter voorgerekend dat een vergoeding op basis van artikel 10 van de arbeidsovereenkomst neerkomt op een bedrag van € 568.041 bruto. Bij beschikking van 4 juli 2013 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2013 ontbonden. Daarbij heeft de kantonrechter – anders dan partijen verwacht en beoogd hadden – aan werknemer ten laste van Kwadrantgroep een vergoeding ten bedrage van bruto € 35.800 en een vergoeding ten bedrage van maximaal € 3.000, zijnde een tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand, toegekend. Partijen voelen zich evenwel gehouden om uitvoering te geven aan de tussen partijen in 2006 overeengekomen regelingen en treden weer in overleg. Op 5 november 2013 heeft Kwadrantgroep aan werknemer een bedrag van € 568.117,80, zijnde drie tvi’s (tvi staat voor totaal vast inkomen), betaald. In de onderhavige procedure vordert werknemer onder andere betaling van de kosten voor rechtsbijstand vermeerderd met btw, een bedrag van € 35.800, betaling van vakantiedagen en een vergoeding vanwege het niet nakomen van toezeggingen inzake de opzegtermijn.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de ontbindingsprocedure is een vergoeding van € 3000 aan proceskosten toegekend, waarover geen btw kan worden toegekend. Van een omissie van de kantonrechter is dan ook geen sprake. Deze vordering wordt afgewezen. Het standpunt van werknemer dat het bedrag van € 35.800 niet bedoeld is als ontbindingsvergoeding, maar als een vergoeding voor het volgen van de Comenius-leergang, wordt verworpen. Ten aanzien van de vakantiedagen wordt overwogen dat werknemer recht heeft op vakantiedagen over de periode van 1 januari 2013 tot 1 augustus 2013. Omdat werknemer gedurende deze periode vrijgesteld was van het verrichten van werkzaamheden en zich beschikbaarheid heeft gehouden voor het verrichten van die werkzaamheden, heeft hij geen vakantiedagen genoten. De kantonrechter gaat er dan ook van uit werknemer nog recht heeft op twintig vakantiedagen over deze periode. Het verweer dat Kwadrantgroep de vergoeding voor vakantiedagen niet kan betalen aan werknemer, omdat zij niet meer dan drie tvi’s kan betalen en dat in die vergoeding tevens een vergoeding voor vakantiedagen is opgenomen, treft geen doel. De vergoeding van vakantiedagen staat los van de vergoeding als bedoeld in artikel 10 van de arbeidsovereenkomst. De vordering ten aanzien van de opzegtermijn wordt afgewezen. Omdat de arbeidsovereenkomst is ontbonden, is van een opzegtermijn geen sprake.