Naar boven ↑

Rechtspraak

Aafje Thuiszorg Huizen Zorghotels/werkneemster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2014

Aafje Thuiszorg Huizen Zorghotels/werkneemster

Het herhaaldelijk niet voldoen aan re-integratieverplichtingen en het onbereikbaar zijn voor werkgever, leidt tot ontbinding wegens een dringende reden. Voldaan aan vereiste ‘bijkomende omstandigheden’ als bedoeld in het arrest Vixia/Gerrits.

Werkneemster is sinds 1999 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Aafje als verpleegassistent. Sinds 22 oktober 2012 is werkneemster arbeidsongeschikt, waarna een re-integratietraject is gestart. Aafje verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden. Hiertoe stelt Aafje dat werkneemster in de periode van haar arbeidsongeschiktheid structureel niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen door veelvuldig zonder voorafgaande mededeling niet op het werk te verschijnen en voorts, in strijd met het verzuimreglement, voortdurend onbereikbaar te zijn voor Aafje. De eerdere waarschuwingen, loonopschorting en loonstopzettingen hebben geen effect gesorteerd.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan werkneemster stelt, houdt het ontbindingsverzoek geen verband met de arbeidsongeschiktheid van werkneemster maar met het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen en de verzuimvoorschriften. Het beroep op de reflexwerking van het opzegverbod faalt. Geoordeeld wordt dat werkneemster vele malen heeft geweigerd de aangepaste werkzaamheden te hervatten en dat zij onbereikbaar was voor Aafje, waarmee in strijd is gehandeld met het verzuimreglement. Kern van het verweer van werkneemster is dat zij het oneens is met het oordeel van de bedrijfsarts over haar belastbaarheid voor de aangepaste werkzaamheden. Anders dan werkneemster stelt , heeft Aafje (ruimschoots) aan haar re-integratieverplichtingen voldaan. Er is geen aanleiding te twijfelen aan het oordeel van de bedrijfsarts dat werkneemster in staat was te hervatten in de aangepaste werkzaamheden. Werkneemster heeft aangegeven op basis van verklaringen van behandelend artsen hiertoe niet in staat te zijn, maar heeft dit niet onderbouwd met verklaringen van die behandelaars. Zij verwijt de bedrijfsarts geen acht te hebben geslagen op medische informatie van haar behandelaars, maar heeft niet aangegeven welke concrete informatie dit dan was. Werkneemster heeft enkel na indiening van het verzoekschrift een verklaring van haar huisarts overgelegd. Het is bovendien niet aan een behandelend arts of huisarts (niet zijnde arbeidsdeskundigen) om te oordelen over het al dan niet kunnen verrichten van passende arbeid. Dit oordeel is voorbehouden aan de bedrijfsarts of, bij wege van second opinion, de verzekeringsarts van het UWV.

Uit vaste rechtspraak (HR 8 oktober 2004, JAR 2004/259 (Vixia/Gerrits) en daarop gebaseerde uitspraken) volgt dat in geval van belemmering van de re-integratie niet een ontslag, maar (eerst) een loonsanctie (ex artikel 7:629 lid 3 BW) aangewezen is. In diezelfde rechtspraak is echter ook bepaald dat bijkomende omstandigheden alsnog het oordeel kunnen wettigen dat een dringende reden voor ontslag aanwezig is. Daarvan is in dit geval sprake. Het gaat hier niet enkel om een weigering van werkneemster om passende arbeid te verrichten. Zij is zonder voorafgaand bericht stelselmatig niet op het werk verschenen. In veel van die gevallen is zij, in strijd met de bepalingen van het verzuimreglement, aanzienlijke tijd (soms zelfs dagen) onbereikbaar geweest voor Aafje, waardoor het vaststellen van een (medische) reden voor haar afwezigheid op die momenten niet mogelijk is geweest. De eerdere loonsancties en uitdrukkelijke waarschuwingen door Aafje hebben kennelijk geen effect gehad. Ontbinding wegens een dringende reden is onder deze omstandigheden gerechtvaardigd. Er zijn geen (persoonlijke) omstandigheden die dit anders maken.

  • Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • Datum uitspraak: 13-08-2014
  • Roepnaam: Aafje Thuiszorg Huizen Zorghotels/werkneemster
  • Zaaknummer: 3160392 / VZ VERZ 14-7612
  • Nummer: AR-2014-0716
  • Onderwerpen: Dringende reden (7:685 BW)
  • Trefwoorden: ontbinding, dringende reden, re-integratieverplichtingen, Vixia/Gerrits, verzuimreglement en bijkomende omstandigheden