Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Concordia De Keizer B.V. c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 30 juli 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:6486

werknemer/Concordia De Keizer B.V. c.s.

Statutair bestuurder vordert onder meer betaling van achterstallig salaris en (gedeeltelijke) vernietiging van non-concurrentiebeding. Werknemer hoeft werkgever in principe niet ‘preventief’ in te lichten over voornemen om van baan te wisselen. Zwaarder drukken van non-concurrentiebeding wordt voldoende opgeheven indien de groep verzekerden waarvoor het geldt wordt beperkt.

Werknemer is op 1 mei 2005 in dienst getreden bij Concordia de Keizer in de functie van Senior Broker Marine Hull. In januari 2009 is hij benoemd tot Directeur Marine en Varia en in januari 2010 tot Directeur Schadeverzekeringen. In de arbeidsovereenkomst is een non-concurrentiebeding opgenomen. In april 2013 is afgesproken dat de vaste bonus van werknemer wordt afgeschaft, dat het vaste salaris wordt verhoogd en dat hij een variabele beloning met een maximum van 25% van het jaarsalaris ontvangt. Op 28 juni 2013 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst met Concordia de Keizer opgezegd. Werknemer is kort na zijn ontslag in dienst getreden bij Howden, een concurrent. Concordia de Keizer heeft de overeenkomst tot salarisverhoging, voor zover deze tot stand is gekomen, buitengerechtelijk vernietigd wegens dwaling omdat werknemer essentiële informatie met betrekking tot zijn dienstverband heeft verzwegen. Het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft in conventie de werking van het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding opgeschort totdat daarover in een bodemprocedure onherroepelijk is beslist, een en ander uitsluitend voor zover dit verder strekt dan de in reconventie uitgesproken veroordeling van werknemer. In reconventie is werknemer veroordeeld tot stipte nakoming van het overeengekomen concurrentiebeding, dat door het gerechtshof is beperkt (zie AR 2014-0495). Werknemer vordert in conventie in essentie dat tussen hem en Concordia de Keizer alsnog wordt afgerekend met uitbetaling (1) van achterstallig salaris, vakantietoeslag en dertiende maand, (2) de door Concordia België nog verschuldigde vergoeding, (3) pensioenpremies en (4) niet-genoten vakantiedagen. Concordia de Keizer betwist dat zij nog enig bedrag aan werknemer verschuldigd is en vordert in reconventie samengevat dat werknemer de ten onrechte betaalde bedragen aan haar terugbetaalt, waaronder (5) een door haar onverschuldigd betaald voorschot op de bonus. Daarnaast verlangt werknemer in conventie dat voor recht wordt verklaard dat (6) het non-concurrentiebeding geen gelding meer heeft, althans (gedeeltelijk) vernietigd wordt. Concordia de Keizer vordert in reconventie juist dat werknemer gebonden is aan het overeengekomen (maar beperkte) non-concurrentiebeding.

De rechtbank oordeelt als volgt. In het memo staat dat er meerdere gesprekken zijn gevoerd over de vaste en variabele beloning van werknemer en dat (uiteindelijk) mondeling overeenstemming is bereikt, welke overeenstemming is neergelegd in het memo. Anders dan Concordia de Keizer meent, kan hieruit worden afgeleid dat Concordia de Keizer en werknemer het eens waren over de beloning van werknemer. De stelling van Concordia de Keizer dat een werknemer zijn werkgever dient in te lichten indien hij voornemens is van baan te veranderen, ook als daartoe – zoals volgens werknemer het geval was – nog niet definitief is besloten, is in zijn algemeenheid onjuist. Naar in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen heeft een werknemer in dergelijke omstandigheden niet snel een mededelingsplicht om de werkgever ‘preventief’ in te lichten, ook niet als de werknemer statutair bestuurder is. Het beroep van Concordia de Keizer op dwaling faalt. Het achterstallig loon, vakantietoeslag en pro rata dertiende maand ter hoogte van € 24.474,72 bruto wordt toegewezen. Ook wordt een bedrag aan pensioenpremie en uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen toegewezen. Ten aanzien van de vordering in reconventie wordt geoordeeld dat geen sprake is van onverschuldigd betaalde bonus over 2013. Niet gebleken is dat de bonus eerst aan het einde van het jaar definitief verschuldigd is en alle eerdere betalingen voorwaardelijk worden gedaan.

Ten aanzien van het non-concurrentiebeding oordeelt de rechtbank als volgt. Voor toewijzing van een verklaring voor recht dat het non-concurrentiebeding geen gelding meer heeft, althans de rechtsgeldigheid daarvan is komen te vervallen, is geen aanleiding. Ten aanzien van de stelling van werknemer dat het non-concurrentiebeding door de ontwikkeling die hij in zijn carrière heeft gemaakt aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken wordt overwogen dat als gevolg van de functiewijziging van werknemer de groep verzekerden is verruimd tot niet alleen marineverzekerden, maar ook (onder meer) tot schadeverzekerden van de brand-, motorrijtuigen- en particulierenafdeling. Hierdoor heeft het non-concurrentiebeding een ruimere strekking gekregen. Dit is nog versterkt door de fusie waardoor het aantal andere verzekerden dan marineverzekerden is verdubbeld. Het non-concurrentiebeding is hierdoor aanmerkelijk zwaarder gaan drukken. Dit leidt echter niet tot algehele vernietiging van het non-concurrentiebeding. Ook de conventionele vordering van werknemer tot gedeeltelijke vernietiging wordt afgewezen. Het zwaarder drukken van het non-concurrentiebeding wordt voldoende opgeheven indien de groep verzekerden waarvoor het geldt wordt beperkt tot de marineverzekerden. Anders dan werknemer heeft gesteld wordt hij hierdoor niet onbillijk benadeeld; naar is gebleken heeft het hem niet belemmerd in het vinden van een andere werkkring. Het mislopen van bonus en dividenduitkering bij Howden vanwege handhaving van het non-concurrentiebeding, zoals door werknemer gesteld, kan niet worden gekwalificeerd als ernstig nadeel.